zaterdag 5 september 2015

Been trough hell

Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik het besef: deze zomer was echt de hel. Geen wonder dat ik me niet goed voel, dat ik niet meer die vrolijke meid van voordien ben. Wat ik deze zomer moest mee maken, dat was ├ęcht wel de hel. Mama voor m'n ogen zien sterven, de dokter die haar zo koel de inspuiting geeft, het leek niet meer dan een bloedpriktestje. Maar het was veel meer dan dat. Het was het einde van mama's leven. De pijn die onmiddellijk hier na volgde. Ook al wist ik meer dan een maand dat dit moment ging komen, dat we moesten afscheid nemen van mama. Die klap van het echte dood-zijn kwam toen zo hard aan. En die klap blijf ik elke dag voelen. Ik mis haar. Ik mis het hoe ze me met haar wijze woorden altijd weer moed gaf om door te gaan en niet op te geven. Ik wil bij haar te rade gaan, vragen hoe ik dingen moet aanpakken, hoe zij het zou doen. En elke keer stoot ik op de realiteit: ze is er niet meer. Time to grow up. En dan maar voortdoen. Hoe lang hou ik het nog vol? Waarom moet ik het nu al alleen kunnen? En dan denk ik aan mama, en aan deze zomer, het afscheid. En dan beleef ik die hel helemaal opnieuw. Keer op keer. Beelden flitsen in m'n hoofd voorbij: na een verschrikkelijke dag de dokter door het raam zien toekomen met z'n akelig gevulde boekentas, de kamer, de tranen, de blik in haar ogen, de spuit.

Maar dan komt de trein aan, moet ik naar m'n werk en moet ik die gedachten opbergen voor een andere keer. Tijd voor m'n pokerface en sterk zijn. Ik haat sterk zijn.

1 opmerking:

  1. Ik weet het, zusje lief. Idem hier. Ik heb nu nog een beetje tijd, maar ben nu al bang dat het niet voldoende gaat zijn. Ik rust te weinig, maar elke keer dat ik toch de kans krijg om wat te rusten, zie ik die laatste momenten weer voorbijkomen en denk ik aan alles wat we kwijt zijn.

    BeantwoordenVerwijderen