woensdag 6 april 2011

Pech bij de dokter

Naar de dokter gaan is niet leuk. Ten eerste moet je al heel erg lang wachten omdat er zoveel mensen net op hetzelfde moment als jij naar de dokter gaan.

Het wachten is niet leuk omdat je boekjes moet lezen die ondertussen al drie maand lang bepoteld werden door allemaal zieke mensen. Bij het omslaan van elk blad zag ik een ziek oud mannetje voor me. Ik zag hem datzelfde boekje vasthouden, aan zijn vingers likken en het blad omdraaien, waarna hij onophoudelijk zou hoesten.

De boekjes bij de dokter zijn niet leuk, want er is enkel maar keuze uit Knack, Knack en Knack. Voor een simpele ziel als mezelf is dat oersaai natuurlijk. Na de eerste Knack volledig te doorbladeren zonder lezen, vond ik achteraan een sudoku. Ik haalde snel mijn balpen uit mijn tasje en begon te puzzelen, blij dat ik geen saaie artikels meer moest lezen. Weeral pech! De sudoku bleef onoplosbaar voor mij. Vreselijk om steeds zo teleurgesteld te worden als je ziek in de wachtzaal zit.

Bij de dokter zelf zijn, is ook niet leuk. Alles wat je zegt, klinkt zo hol in dat vreselijke kamertje. Je diagnose krijgen is ook niet leuk. Bij mij toch niet. Ik heb keer op keer de pech met kwaaltjes rond te lopen waar toch niets aan te doen is. “Je zal daar niet veel aan kunnen doen, je zal dat altijd blijven hebben”.

Na twee uur kan ik dan eindelijk terug naar huis. Mijn portemonnee is 23 euro lichter, maar mijn kwaaltjes zijn er nog steeds…

zondag 20 maart 2011

Chiro is...

Stoelen, potten, bezemstelen, kegels, ballen en emmers meenemen op de kabelbaan. In de regen buiten spelen en je niets aantrekken van de regen. Vol modder naar huis terugkeren. Mama’s blij maken omdat hun kindjes nat en vuil zijn om 17u. Liedjes zingen over het thema, over je afdeling, over de afwas, over het bivak. De vlag groeten en luid schreeuwen wat een toffe bende we wel zijn. Rollen in het gras, of dat nu nat is of niet. Misschien eens een snoepje geven aan de brave kindjes. Spaghetti serveren voor tweehonderd mensen, en je tegelijk afvragen wie die tweehonderd mensen zijn. Blikjes drinken en streepjes zetten. Eén keer in de week niet jezelf moeten zijn en mogen veranderen in heksen, spoken, piraten, duiveltjes, prinsen, vampieren, soldaten, clowns, dieren, en zelfs wc-madammen. Om half vier een koekje eten. Uitkijken naar het eerste bezoekje van de Rob en de Rover. Elke keer opnieuw genieten van de blije en enthousiaste gezichtjes van de chirowietjes die het plein oplopen om 14u. Piraten veroveren en een schatkist meesleuren door de stad. Nog maar thuis zijn van het klein bivak en al verlangen naar het groot. Er niet echt last minute uitzien. In de trein vergaderen en spelen. Gewoonweg leuk!

vrijdag 11 maart 2011

Kiezen is verliezen

Een weekendje winnen is leuk, maar ook niet leuk. Het is niet leuk om te moeten kiezen wie meegaat en wie thuisblijft. Daarom koos ik voor de laffe uitweg: mailen naar alle leuke mensen. Wie mee kan, gaat mee. Wie niet mee kan, blijft thuis. Easy as that. Was het maar zo eenvoudig…

Het zou maar al te mooi zijn al er precies vijf mensen zijn die mee willen. Dat kunnen er net zo goed zes of zeven of meer zijn. Gelukkig ben ik goed voorbereid. Ik koos namelijk vier criteria waarop mijn uitverkorenen zo goed mogelijk op moeten scoren:

  1. Lekker kunnen koken
  2. Grappig zijn
  3. Geen piraat zijn
  4. Auto
Spannend? Spannend! Gemeen? Verdomd gemeen!

dinsdag 22 februari 2011

Mannenlogica

Papa wil zijn werkkledij wassen, maar is het niet gewoon te moeten werken met de wasmachine. Hij vraagt raad aan de vrouw des huizes.

Papa: “Mogen daar vesten ook bij?”
Mama: “Welke vesten?”
Papa: “Vuile vesten”.

maandag 21 februari 2011

Poppen en schoenen

Toen ik zes was, wilde ik heel graag een pop krijgen van Sinterklaas. Niet zomaar een pop, want zelfs als zesjarige snotneus was ik al heel kieskeurig. Ik wilde een baby born, een pop die kon eten, drinken, wenen, pipi en kaka doen… Van mama moest ik dat zelf vragen aan de échte Sint. Dat was dik tegen mijn gedacht. Mijn vaste bloglezers weten ondertussen wel dat ik het niet zo voor die man heb. De motivatie was echter groot en ik zette even mijn angst opzij, zodat ik aan de Sint kon vragen wat ik zo graag wou. Flink meisje ben ik. Mama zei erna wel dat ze dacht dat ik dat niet zou krijgen. Beïnvloedbaar meisje ben ik. Ik hoopte, maar ik vreesde.

Toen was de dag er… De chocolade lag er, net als de mandarijntjes en de picknickjes. Wat broer en zus kregen weet ik niet meer. Maar wat ik kreeg, dat weet en heb ik nog steeds. Ik kreeg wèl een baby born. Luid roepend schopte ik mama uit het bed: “Ik heb wel een baby born gekregen! Ik heb wel een baby born gekregen!” Blij meisje was ik omdat mama verkeerd was geweest.

Deze pop was en is mijn kindje, ook al had ik er tientallen andere. Deze ene is en blijft mijn echte pop. Nu woont ze in mijn kast, in een stoeltje.



 
Deze week moest ik mijn kast opruimen. Mama wist dat en is stiekem in mijn kast gaan kijken. Toen zag ze de pop zitten en moest ze denken aan toen ik een klein meisje was, en dat vond ze leuk.

Poppen en schoenen? Ja, schoenen. De kast is heel netjes nu, maar er is geen plaats meer voor een pop. De schoenen hebben haar plaats ingenomen. Ik vertelde aan mama dat ik nog niet wist waar ik de pop moest doen. Toen werd ze boos. Ze zei dat de schoenen maar uit de kast moeten, dat de pop bij mij hoort, dat de pop bij mij moet blijven. Ik vond het gek dat mama zoveel belang hechtte aan de pop. Maar stiekem vond ik het ook een beetje leuk, want zo ben ik niet de enige die een plastiek kindje absoluut niet weg kan doen.

Plastiek kindje of niet… Ik ben 22 en dan moet een meisje schoenen in haar kast hebben, en geen poppen.

maandag 7 februari 2011

Een weekend uit het leven van...

Neuspiercing laten zetten. Warme chocolademelk drinken en een spelletje spelen met het vrouwtje. Verjaardag vieren van een toffe madam, waar ik dan nog een kus van kreeg! Aanwezig zijn op de vergadering van de jeugdraad. Naar de Chiro gaan. Zwemmen met de Chiro. Pas laat thuiskomen, snel eten, snel dutje en snel douchen. Werkvaliesje omtoveren in weekendvaliesje. Treinen naar Gent. Verbaasd toekijken dat iemand zijn lijntje snuift in de trein, daar dan graag veel aandacht bij zou krijgen en dus maar veel met zijn hoofd schudt. Niet op mijn gemak zitten in de trein met zó’n mensen, maar toch voornemen nummer twee volbrengen. Op zoek zijn naar de Winterstraat, maar ondertussen toch ook de Lentestraat, de Zomerstraat en de Herfststraat gezien hebben. Een gek leuk feestje in Gent. Een oude bekende terugzien en stomverbaasd zijn over hoeveel die nog weet, en hoe weinig ik nog weet van toen. Mensen ontmoeten en lachen met de verbazing in hun ogen en hun mond die openvalt als ze me zien. De vogeltjes horen fluiten op weg naar een geleend bed. Opstaan en blij zijn. Verder treinen naar Antwerpen. Niemand zien snuiven op de trein. Vlaggetjes ophangen in een lege woonkamer. De kamer zien volstromen met vrienden van mijn zus. Samen gepropt in de hoek van de woonkamer wachten tot ze binnenkomt. Niet mogen giechelen, en net wel veel willen giechelen omdat het zo spannend is. Lachen met de verbazing op haar gezicht, omdat haar huis plots vol mensen staat. Lachen, en praten en veel taart eten. Geen pita eten wegens te veel taart naar binnen gewerkt, maar toch niet Ramadannen. Tegen beter weten in toch pas de laatste trein naar huis nemen, omdat het er zo leuk is. Genieten tot de laatste seconde, en zelfs de treinrit naar huis gezellig vinden omdat het gezelschap zo fantastisch is.