maandag 25 juli 2016

Eén jaar geleden

Het is morgen een jaar geleden dat mama stierf. Morgen is het de eerste verjaardag van haar sterfdatum. Het is gek hoe snel dat jaar voorbij is gegaan, zeker als ik terugdenk aan vorig jaar. Het contrast met deze zomer kon niet groter zijn, zei mijn zus. Ze heeft groot gelijk. Dit jaar is er een zomer, kunnen we genieten. We genieten van de zon, van de kindjes, van de tuin, van lekkere ijsjes, van elkaars gezelschap. Net zoals iedereen eigenlijk, we genieten van het leven. Het gemis krijgt steeds meer een plaats en het wordt draaglijker. Maar soms kan je er niet omheen. Er zijn momenten waar de leegte op je valt. Zonder waarschuwing, zomaar plots. BOEM! Je mama is dood!
Zo zagen die momenten er voor mij uit.

Ik dacht mijn hele zwangerschap dat de geboorte van mijn zoontje zowel vreugdevol als triest zou zijn. Maar toen hij er eindelijk was, was het enkel maar vreugdevol. Ik genoot met volle teugen van mijn kleine baby. Ik dacht wel aan mama. Ik vond het erg dat ze er niet bij kon zijn, dat zij zo trots zou geweest zijn en dat ze met zoveel plezier ons hele huishouden zou overgenomen hebben. Maar ik kreeg geen klop van de hamer. Een dag later wel. Seppe bleek ziek en werd opgenomen op de neonatologie. Daar zat ik dan, nog volop herstellende van de bevalling, in het ziekenhuisbed. Midden in de nacht kwamen ze Seppe onderzoeken en aan het voeteinde van mijn bed vertelde de arts me dat ze hem zouden meenemen. De tranen rolden uit mijn ogen. Ik begreep het nog niet goed, maar ik begreep wel dat hij niet meer bij mij zou zijn. De dag erna was mama de enige die ik wou opbellen. Op dat moment wou ik enkel en alleen mama die bij me kon zijn, me eens vasthouden, er gewoon zijn voor me om me de steun te geven die ze me altijd al had gegeven. Ik had haar écht nodig en ze was er niet. Dat maakte het allemaal extra zwaar.

Drie dagen voor mama haar sterfdatum was de trouwdag van An haar papa met zijn nieuwe vriendin (P.). In het stadhuis werden de bijhorende feestelijke foto’s gemaakt. Mijn schoonvader, zijn vrouw, schoonbroers- en zus, An, de kleinkindjes. P. hield ons Seppetje vast. Het was echt een plaatje. Toen de foto genomen was, dacht de fotograaf nog een foto te maken van P. en Seppe. Hij maakte daarbij de grote fout het als volgt te benoemen: “Nog een close up met oma”. En toen viel het erger dan ooit op me. Dit is niet oma! En daarbij besefte ik zo intens dat Seppe nooit een foto zal hebben met zijn oma, dat hij zijn oma nooit zal kennen en hoe erg ik dat wel vind. Uit het niets zat ik daar op de trapjes van het stadhuis te snikken en te wenen als een klein kind.

Vorige week ging Lore logeren bij tante Sofie. Maar wel in Zuienkerke. Het was een echt zomers tafereel: de drie grootste kleinkinderen in zwemkleertjes aan het spelen met water, de tuin die bezaaid ligt met fietsen en ander speelgoed, Lore die zo schattig samenspeelt met haar neefje en nichtje. Het was zo mooi en tegelijk vond ik het ook erg triest. Dit was een moment dat voor mama een hoogdag zou geweest zijn: alle kleinkinderen rond haar, zalig zonnig weer. Dat is pas echt genieten. En toen voelde ik de afwezigheid van mama des te meer.

Och mama, we missen je zo! 

donderdag 24 september 2015

Eerste hulp bij euthanasie

Ik heb er niet veel over gelezen, en ik ben geen grote kenner van wetgeving of van alles wat de dokters moeten weten. Ik heb geen poot om op te staan om een argument te verdedigen. Het enige wat ik heb en het enige van waaruit ik spreek zijn mijn ervaringen. En die heb ik jammer genoeg wel op vlak van euthanasie.

Een resem dokters komen langs nadat mama haar wil voor euthanasie duidelijk heeft gemaakt, en stellen vragen over mama en haar ziekte. Aan haar, aan ons. De dokters vragen keer op keer hoe wij, de kinderen en de echtgenoot, tegenover mama's beslissing staan. Dat is allemaal nodig om te kunnen goedkeuren dat mama wel degelijk kan geholpen worden door te sterven.

Wekenlang vulden wij onze tijd met pogingen om iets te ondernemen in het leven, maar vooral veel bij mama zijn. Als de tijd op begint te raken, besef je plots toch wel dat dat het enige is wat je nog wil en kan doen. Bij elkaar zijn, want binnenkort kan het nooit meer. Wil je dat eigenlijk ooit voordien weten? Want hoe weet je of je net genoeg wel of net niet te veel bij elkaar bent? Want mama had het ook niet gemakkelijk, met al dat verdriet om haar heen. Was het voor haar eens niet te veel? Wou zij eens niet gewoon alleen zijn en met rust gelaten worden?

Ik denk dat ik er al duidelijk over ben geweest in mijn vorige blogs: afscheid nemen is de hel, gepland afscheid nemen is onmenselijk. Maar het gaat niet enkel over het moment van afscheid nemen. Het zijn de weken die eraan voorafgaan die slopend zijn. De weken erna ook. En zo kom je op enkele maanden. Slopende maanden.

Het meest onwezenlijke moest gebeuren, het was en is niet te bevatten wat de term 'euthanasie' allemaal inhoudt en wat erbij komt kijken. Voor dokters gaat het alleen maar over een zieke persoon die kiest voor de dood, en daar hebben ze een spuit voor. Voor ons is het meer dan dat. Veel gevoelens waarvan je niet weet wat het is, laat staan hoe je ermee moet omgaan. Maar daar sta je dan, alleen. Er werd nooit hulp aangeboden. Ik kan me niet herinneren dat woorden als 'psycholoog' of 'rouwbegeleiding' of andere werden vernoemd. Na het ondervraaguurtje gingen dokters weer weg en waren wij weer alleen. Daar maken ze, naar mijn gevoel, een grote fout.

Ik weet niet of ik hier juist mee om ga. Ik heb het gevoel van niet. En de enige vorm van hulp die mij werd aangeboden, kwam tien minuten nadat mama stierf. Haar huisarts, die bij alles aanwezig was, die ons vroeg of we nog iets nodig hadden, waarmee ze doelde op kalmeerpillen. Allemaal goed en wel, die kalmeerpillen, misschien voor de eerste schok. Maar ik ben op dat vlak dan nog ouderwets en als mijn mama doodgaat, vind ik dat ik het wel mag voelen. De pijn die ik voel bij het verliezen van mijn mama, moet ik niet gaan onderdrukken met medicatie. Daarvoor heb ik dan vriendelijk bedankt. Maar daar bleef het dan bij. Enkel kalmeerpillen in de aanbieding voor mensen die moeten omgaan met euthanasie.

Ben ik de enige die zich niet sterk genoeg voelt om er alleen mee om te gaan? Ligt dit aan mij? Of ligt dit aan de gebrekkige hulpverlening? Moet ik inderdaad, zoals zoveel mensen het met zoveel gemak uitspreken, het allemaal een plaatsje geven? Of hebben nabestaanden recht op een degelijke begeleiding bij de verwerking van het verlies bij een euthanasie?

zaterdag 5 september 2015

Hoofd vol gedachten

De hele dag door denken en piekeren. Gaan werken als afleiding? Niets van. Gaan werken zorgt er alleen maar voor dat ik nòg meer pieker. Nog meer dus. Tijdens het werken, door het werken, over het werken, en over alles waar ik nu al maandenlang over pieker. Echt gezond lijkt me dit niet. Ik weet niet waar ik heen moet met al die gedachten. Ik weet niet wat ik ermee moet. Ik weet niet hoe ik rust moet krijgen in mijn hoofd. Want dat wil ik heel erg graag. Rust in mijn hoofd. En gewoon eens iets doen zonder over honderd andere dingen te denken. Gewoon eens iets leuks doen, zonder me schuldig te voelen over alles wat ik niet doe en niet kan doen. Gewoon eens iets leuks doen zonder bij alles aan mama te denken. Want alles doet me aan haar denken. Echt alles. 

Been trough hell

Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik het besef: deze zomer was echt de hel. Geen wonder dat ik me niet goed voel, dat ik niet meer die vrolijke meid van voordien ben. Wat ik deze zomer moest mee maken, dat was écht wel de hel. Mama voor m'n ogen zien sterven, de dokter die haar zo koel de inspuiting geeft, het leek niet meer dan een bloedpriktestje. Maar het was veel meer dan dat. Het was het einde van mama's leven. De pijn die onmiddellijk hier na volgde. Ook al wist ik meer dan een maand dat dit moment ging komen, dat we moesten afscheid nemen van mama. Die klap van het echte dood-zijn kwam toen zo hard aan. En die klap blijf ik elke dag voelen. Ik mis haar. Ik mis het hoe ze me met haar wijze woorden altijd weer moed gaf om door te gaan en niet op te geven. Ik wil bij haar te rade gaan, vragen hoe ik dingen moet aanpakken, hoe zij het zou doen. En elke keer stoot ik op de realiteit: ze is er niet meer. Time to grow up. En dan maar voortdoen. Hoe lang hou ik het nog vol? Waarom moet ik het nu al alleen kunnen? En dan denk ik aan mama, en aan deze zomer, het afscheid. En dan beleef ik die hel helemaal opnieuw. Keer op keer. Beelden flitsen in m'n hoofd voorbij: na een verschrikkelijke dag de dokter door het raam zien toekomen met z'n akelig gevulde boekentas, de kamer, de tranen, de blik in haar ogen, de spuit.

Maar dan komt de trein aan, moet ik naar m'n werk en moet ik die gedachten opbergen voor een andere keer. Tijd voor m'n pokerface en sterk zijn. Ik haat sterk zijn.

Afscheid nemen bestaat niet?

Dat afscheid nemen niet bestaat, dat wordt wel eens gezegd tegen mensen in rouw. De mooie gedachte daarin kan ik niet volgen. Afscheid nemen bestaat niet, want wie graag gezien wordt, wie herinnerd wordt, leeft verder in ons hart. Allemaal bla bla als je 't mij vraagt. Afscheid nemen bestaat wel, en dat hebben we aan de lijve ondervonden vanaf de dag dat mama ons op haar manier vertelde dat ze euthanasie wou. Van die dag namen we afscheid van haar, elke dag weer een beetje meer. En in haar laatste week namen we nog meer afscheid. En haar voorlaatste dag weer een beetje meer, en haar laatste dag ook. Haar laatste uur en haar laatste minuut. Allemaal momenten van afscheid nemen. Afscheid nemen bestaat wel en het is keihard om te doen! 

dinsdag 28 juli 2015

Ik wil mijn mama


Mama’s laatste momenten staan in mijn geheugen gegrift en op mijn netvlies gebrand. Hoe ze zelf als eerste uit de zetel recht stond en duidelijk maakte dat wij maar moesten volgen, hoe zij zo zeker van haar stuk met elke stap dichter naar haar laatste minuut toeging. Ze ging liggen in haar bed als was het voor een dagdagelijks rustmomentje. Er leek voor haar niets bijzonders aan dat gaan liggen, maar toch goed wetende dat ze ging liggen om te sterven. De onbewogenheid uit het hele moment zal me altijd bijblijven, ik zal er altijd bewondering voor hebben. Als mensen mijn mama een sterke vrouw noemen, dan hebben ze gelijk. Maar dan weten ze nog niet hoe sterk ze dat laatste moment geweest is. Die vraag blijft in mijn hoofd malen: “Hoe sterk moet je daar niet voor zijn? Kiezen om te sterven, terwijl je dat eigenlijk niet wil, en als het dan zover gekomen is, er zo zeker uit te zien?” Dat bewonder ik in haar. Dat ze zelfs de laatste minuut geen enkele twijfel liet zien.

En daarna, mijn eigen mama zien sterven, voor mijn ogen. Dat moment delen met papa, broer en zus. Intiemer dan dat wordt het niet meer. Voor mama het mooiste wat we haar konden geven: de aanvaarding van haar keuze. Bij haar blijven tot haar laatste adem. Haar niet alleen laten sterven. En haar van deze aarde laten vertrekken, wetende dat ze voor ons alles betekent.

En dat maakt je plots twintig jaar ouder en twintig jaar volwassener. Maar tegelijk is het verdriet zo intens en zo groot dat ik me terug een heel klein meisje voel dat staat te stampen, roepen, schreeuwen: “IK WIL MIJN MAMA!”

maandag 27 juli 2015

"Tot morgen, mama'tje"

Dit schreef ik op zaterdag 25 juli, na een dag bij m'n mama.

“Tot morgen mama’tje” zei ik vanavond, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, alsof het allemaal heel gewoon is dat ik mama morgen zal zien. Maar tegelijk brak mijn hart in duizend stukken, wetende dat het de laatste, allerlaatste keer was dat ik die zin mag gebruiken. De laatste keer dat ik ‘morgen’ mijn mama ga zien.

De voorbije week is een hel geweest. De laatste maandag, de laatste dinsdag, de laatste woensdag, … en elke dag die voorbij ging, was er weer één minder, elke dag die voorbij ging, was er weer één dichter bij zondag. Zwarte zondag.

En de zaterdag ervoor, vandaag. Een hele dag samen zijn. En toch niets doen. Gewoon daar zijn. De laatste avond. Weten dat dit de laatste keer is dat we samen met z’n allen in de living zouden zitten ’s avonds laat, onder het dekentje en met de tv aan. Door mama gestreeld worden door m’n haar, en weten dat dit de laatste keer was dat haar lieve vingers door mijn haar zouden gaan op die manier die haar zo typeert, op een manier die niemand kan nadoen, die heel eigen is voor haar, mijn mama. De laatste keer, laatste keer.

Aan de ene kant weet ik goed wat er komt, definitieve einde en mama voor altijd laten gaan. Momenten van besef komt mijn grote verdriet eruit in eindeloze tranen. Dan wil ik dat het liever nu voorbij is dan morgen, want die momenten die eraan vooraf gaan, die zijn de hel! Maar andere momenten wil ik er niet aan denken en is het hier en nu en alles is normaal. Het is heel gewoontjes dat we samen aan tafel zitten, heel banaal. En dan wil ik dat alles gewoon blijft zoals het is, of nee, zoals het vroeger was. Mama die alles kon en alles deed.

Wie mij en m'n familie een rouwbericht wil achterlaten, kan dat doen op deze website: http://www.marleenkeirse.be/