woensdag 4 juni 2014

Het leven van een interim

Sinds ik afgestudeerd ben als opvoedster ben ik gestart op de arbeidsmarkt. Ondertussen heb ik er al vijf jaar opzitten als werkmens. En toch heb ik nog steeds geen vast werk. Ik huppel van de ene interim naar de andere. Soms zit er veel tijd tussen twee jobs, waardoor ik een hele periode werkloos ben en ‘profiteer’ van de maatschappij. Of zo zouden sommigen het toch omschrijven. Andere keren overlappen twee jobs waardoor ik één moet afwijzen om op de andere te kunnen ingaan. Dat lukt me allemaal wel. Dat is nu eenmaal het leven van een interim. Maar waar ik het wel moeilijk mee heb, is die job(s) combineren met mijn leven. Naast je werk heb je meestal een eigen leven, en meestal lukt het wel om die twee samen uit te voeren. Maar soms gebeuren er dingen in het leven die dat moeilijker maken.

Sinds februari neemt mijn zus zorgverlof, om meer tijd te kunnen maken voor mama. Prachtig, dat systeem. Je moeder wordt ernstig ziek en je vreest voor haar leven. Maar ondertussen kan je als dochter wat minder werken en je meer bekommeren om je zieke moeder. Zo hoort het ook, want mama deed het ook voor ons als wij ziek waren. Maar wat als je interim bent? Op het moment dat mama ziek werd, wachtte ik twee dagen ‘werkloos’ tot de vervanging van mijn interim in Spes Nostra van start zou gaan. Ik wist vanaf dag 1 dat ik niet in staat zou zijn om diezelfde week leerlingen te gaan begeleiden op stage. Toen vreesde ik niet enkel voor mijn moeder, maar ook voor mijn verlenging op mijn werk. Als je interim bent, bestaat er geen zorgverlof. Er bestaat helemaal niets. Er bestaat werken of niet werken. Je kan enkel hopen op wat menselijkheid van je directeur en ik prees mezelf gelukkig met de directeur van mijn school. Zelfs de dagen dat ik er niet was in de eerste week, liet ze me in dienst.

Nu zijn we vier maand later en twee jobs verder. Ik startte maandag als opvoedster. Een prachtige interim werd me voorgeschoteld en die wou ik absoluut niet laten liggen. Tenslotte moet je als interim ook werken voor de kost, en zeker als er een kindje op komst is. Een voltijds contract voor drie maanden, en toch terug beschikbaar op 1 september. Ideaal, perfect. Tijdens de selecties heb ik bewust niets verteld over het kindje dat er in augustus zou komen, midden in die vervanging. Op mijn eerste dag vertelde ik het er wel, zodat men daar toch op de hoogte is. Maar dat werd niet in dank afgenomen. Het schept geen vertrouwen dat ik dat verzwegen heb en ik heb ze een ‘pee’ gestoofd. Met andere woorden, als ze het zouden weten, zou ik de job niet gekregen hebben. Na een heel gesprek met de meest belachelijke uitspraken zoals: “Je kan in die periode wel nachten komen doen hé, dan begin je om 18u en kan je naar huis om 9u. Je bent er dan bij overdag als er bezoek is in de kliniek en hier kan je slapen”, of “Iedereen wil zijn congé hoe het voor hem past, maar er zijn wel grenzen hé”, voelde ik me schuldig. Ik voelde me schuldig omdat ik een kindje verwacht. Dat kan toch de bedoeling niet zijn!? Ik heb toch even veel recht om een leven te hebben als iemand met een vast contract? Het is toch niet omdat ik als interim werk, dat ik geen kindje mag kopen, of dat mijn moeder niet ziek mag worden? Of moet ik dan niet werken in die periode dat ik een kindje krijg? Moest ik direct de vacature naast me neerleggen, omdat het toevallig in de periode van de bevalling is? 

vrijdag 23 mei 2014

Dochter van...

Sinds enkele weken ben ik weer meer in Zuienkerke. In de school waar ik zelf mijn broeken, rokken en kleedjes versleet als klein hummeltje ben ik nu zelf juf. Ik word er vaak aangesproken als dochter van. Veel ouders en grootouders komen naar me toe en leggen de link tussen mijn vader en mij. “Ben jij de dochter van Gilbert?” hoor ik daar net iets te vaak. Het verveelt me gewoon zo dat ik daar gezien word als de dochter van Gilbert, terwijl ik ondertussen toch mijn eigen leven heb en mijn eigen persoon ben. Vandaag werd ik nog maar eens aangesproken door een oma: “Ben jij de dochter van…” Haar zin was nog niet af, maar het gevoel van ergernis en verveelde herhaling kwam in me naar boven. Maar toen hoorde ik “Marleen”. “Ben jij de dochter van Marleen?” vroeg ze me. Ze zag het aan mijn gezicht, omdat ik zo goed op haar lijk. Mijn lijf werd gevuld met een warm gevoel van intense trots. Je moet weten dat mijn mama eigenlijk een hele knappe dame is. Op haar lijken is dus een zeer mooi compliment.

De oma in kwestie was een oude klasgenoot van mama. Ze zaten samen in de klas in de Maricolen en zijn dus even oud. Toen ze het nieuws over mama hoorde, was ze geschrokken. Zo geschrokken was ze, dat ze haar eigen levensstijl volledig over een andere boeg gooide. Daardoor is ze fitter, energieker en gezonder en daarvoor is ze mama zo dankbaar. “Geen dag gaat er voorbij dat ik niet aan haar denk”, zei ze. Dat ze dat zei, heeft me diep geraakt. En op het moment dat je van jezelf denkt dat je het onder controle hebt als mensen vragen naar mama, dat je er gewoon op kan antwoorden zonder emotioneel te worden, slaagt een total stranger er toch in om een traantje uit me los te weken. Ik denk dat dat nooit zal over gaan. 

zondag 11 mei 2014

Moederdag

Moederdag 2014, een hele bijzondere moederdag. Het is het laatste jaar dat ik zelf geen moeder ben. Het laatste jaar dat ik niet weet en niet besef wat het is om een moeder te zijn. Maar deze moederdag is ook bijzonder omdat het geen vanzelfsprekendheid is dat je er nog bent. Daarom hebben we zoveel reden om te vieren dat je onze moeder bent. Jij bent echt wel de allerliefste mama in de hele wereld. Dat heb ik de voorbije maanden des te meer ondervonden. Zelfs in deze situatie slaag je erin om een echte moeder te zijn. Je troost ons als we het moeilijk hebben, ook al heb jij het duizend keer moeilijker dan ons. Je lacht mee als we leuke dingen vertellen. Je toont oprechte interesse voor wat we doen in het leven. En bovenal, je zegt ons dat je ons graag ziet. Liefste mama, het is niet in woorden te omschrijven hoe graag ik je zie. 




dinsdag 6 mei 2014

Petje af voor ons

Begin februari werd ons leven compleet ondersteboven gegooid. Heel wat mensen zaten met ons en met onze mama in, waren bezorgd en vroegen hoe het met haar was. Drie maanden later hebben we onze draai in het leven een beetje teruggevonden. De situatie verandert, maar blijft er wel. Veel mensen hebben zo’n bewondering voor onze vader, om wat hij allemaal doet voor mama. Maar ik vind dat mijn broer en mijn zus ook veel bewondering verdienen. Het leven loopt voor ons ook niet meer zoals het zou moeten. En mensen staan er vaak niet bij stil dat wij dat moeten zien te combineren met een gezin, een drukke job, een relatie waar we aandacht aan moeten besteden.

Mijn zus zit gevangen tussen de zorg voor onze moeder en de zorg voor haar eenjarige prinses. Elke week rijdt ze meerdere keren van Antwerpen naar Brugge om bij mama te zijn. Soms neemt ze Martha mee en beperkt ze zo de tijd van dat kleine mormel om te spelen of te slapen. Soms laat ze Martha thuis zodat ze meer kan spelen en slapen, maar dan ziet ze haar wel niet die dag. Ik heb er bewondering voor dat ze ondanks die moeilijke keuzes toch zo vaak blijft komen naar mama.

Mijn broer heeft een drukke job, en werkt daarnaast graag thuis nog meer. Een echte workaholic is hij, net als mama. Maar toch slaagt hij erin na een drukke werkdag steeds langs te komen in het ziekenhuis, en een heel eind bij mama te zijn. Soms is het vermoeiend, als mama iets wil zeggen en wij te moe zijn om te raden. Het is voor niemand leuk of gemakkelijk. Maar soms wil je gewoon in je zetel liggen en je eigen ding doen. Dat doen we niet, want we willen er zijn voor mama. Ik heb er bewondering voor dat hij ondanks die drukke dagen, toch altijd nog tijd maakt voor mama.

Daarom liefste broer en zus, petje af voor jullie! Ik kan me geen betere broer en zus inbeelden. Dat wist ik voordien al, maar dat hebben jullie sinds februari honderd keer en meer bevestigd. 


zondag 27 april 2014

Mijn moeder is er nog

Mijn dankbaarheid voor het leven is niet in woorden te omschrijven. Mijn liefde voor mijn moeder is ook niet in woorden te omschrijven. Maar iedereen kan het wel begrijpen, denk ik. Bedenk maar eens dat je plots je moeder verliest, zonder waarschuwing, zonder aankondiging. De ene dag doet ze nog een banaal herstellingswerkje voor je, en de andere dag is het voorbij. Maar wat als het niet helemaal voorbij is? Je krijgt een tweede kans, en je kan daardoor je mama nog bij je houden. Ook al is ze dan niet meer zoals ze was, toch ben je zo ongelofelijk dankbaar voor haar aanwezigheid, voor haar bestaan.

Als ik nu naar mijn moeder kijk en zie wat ze nu al bereikt heeft, vind ik haar onwaarschijnlijk sterk. De dokters waren vreselijk negatief. Het was nooit zeker of ze nog zou kunnen praten met ons. Lezen en schrijven was iets wat ze heel waarschijnlijk nooit meer zou kunnen. Maar ondertussen leest ze, en dat doet ze zelfs heel vlot.

Als ik nu denk aan de eerste dagen dat mijn moeder in het ziekenhuis was, aan wat de dokters ons vertelden en aan wat wij toen dachten, kan ik niet anders dan dankbaar zijn om de beslissing die we toen maakten. We gaven onze moeder het leven, en daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Als we toen de verkeerde beslissing hadden gemaakt, was ze er nu niet meer. Dan was ik een dochter zonder mama. Elk momentje met mijn moeder ben ik dankbaar dat ze er nog is, dat ze voor ons vecht. Elke kleine glimlach betekent nu de wereld voor me. Alles wat we nu nog krijgen is een geschenk. Dit zijn momentjes die ook niet meer konden bestaan, en daarom zijn ze me zo dierbaar.



zondag 30 maart 2014

7 weken

Zeven weken na datum, zeven weken binnen, zeven weken in bed... Gisteren genoot mama voor het eerst in zeven weken nog eens van de buitenlucht en van de zon. Heerlijk moment dat ik met veel plezier kon delen met mijn zusje. Heerlijk genieten met z'n drietjes.

donderdag 13 maart 2014

Moment lik licht

Als mensen me vragen hoe het met me gaat, zeg ik meestal dat het gaat. Als mensen me vragen hoe het met mama gaat, zeg ik meestal dat het beter is en dat ze langzaam aan vooruit gaat. Maar echt eerlijk is dat niet. Ik sluit me af van de realiteit en de echtheid van de situatie. Ik sluit me op in een doos. Die doos geeft me rust en laat me genieten van de kleine dingen, zoals mama die me knuffelt, mama die een zoen geeft, mama die spontaan ‘godverdomme’ zegt als het haar niet lukt om te zeggen wat ze wil. Zondag besloot mama dat het tijd was om de doos eens wijd open te zetten en mij daar uit te halen. Martha was op bezoek en dat was voor mama heel confronterend. Het is zo ontzettend moeilijk om haar kleinkind te zien en haar niet zelf te kunnen oppakken. Ze ziet ons weg en weer stappen met Martha en vindt het leuk om te zien hoe dat klein hummeltje begint te stappen en daar zoveel plezier in heeft. Maar tegelijk is het ook een kwelling dat ze niet zelf achter haar aan kan hollen. Mama’s hart breekt als Martha op bezoek komt, want de confrontatie met haar gebreken is dan nog zoveel harder. Zondag vertelde mama ons dat, met haar ogen weliswaar. Ik kwam uit mijn doos en ik besefte plots hoe ernstig mama eraan toe is en welke gevoelens zij daarbij heeft. Ik besef maar al te goed dat het verschrikkelijk is voor mama dat ze iets wil zeggen, maar het niet kan. Als ze iets wil vertellen, zegt ze steeds dezelfde woorden. Ze kiest die niet zelf. Haar brein kiest die voor haar. De frustratie en teleurstelling is op haar gezicht te lezen als het haar weer eens niet lukt om te zeggen wat ze wil zeggen.

Ik ben bang voor wat komt, maar nog meer voor wat niet komt. Het is beangstigend om aan de toekomst te denken. We weten niet wat mama gaat kunnen opnieuw leren en wat niet. Maar wat als het haar nooit meer lukt om te spreken? Wat als het haar nooit meer lukt om te zeggen aan ons dat ze ons graag ziet? Wat als ze nooit meer met Martha kan spelen? Wat als mama voor de rest van haar leven zo hulpbehoevend blijft dat ze niet eens zelf kan beslissen om vanuit haar stoel in haar bed te gaan liggen? Ik weet dat ze dat niet wou. Iedereen die haar kent weet dat. Maar daaraan denken is ondraaglijk. Daarom kies ik ervoor me terug in die veilige doos te verstoppen. Daar krijg ik de kans om gewoon heel erg blij te zijn dat mijn mama nog leeft. Ik kan dolgelukkig zijn als ze mijn naam zegt, of als ze Mattias of Sofie of Martha zegt. Ik kan haar knuffelen, we geven zoentjes aan elkaar en we zijn lief voor elkaar. Ik kan ervan genieten als ze lacht met ons en ik kan ervan genieten als ze geniet van haar boterhammetje met confituur. De ontkenning lijkt dom, maar het is voor mij nodig om te overleven. Dus laat me nog even in die doos en laat me gewoon genieten van elk klein momentje met mijn mama.