maandag 27 juli 2015

"Tot morgen, mama'tje"

Dit schreef ik op zaterdag 25 juli, na een dag bij m'n mama.

“Tot morgen mama’tje” zei ik vanavond, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, alsof het allemaal heel gewoon is dat ik mama morgen zal zien. Maar tegelijk brak mijn hart in duizend stukken, wetende dat het de laatste, allerlaatste keer was dat ik die zin mag gebruiken. De laatste keer dat ik ‘morgen’ mijn mama ga zien.

De voorbije week is een hel geweest. De laatste maandag, de laatste dinsdag, de laatste woensdag, … en elke dag die voorbij ging, was er weer één minder, elke dag die voorbij ging, was er weer één dichter bij zondag. Zwarte zondag.

En de zaterdag ervoor, vandaag. Een hele dag samen zijn. En toch niets doen. Gewoon daar zijn. De laatste avond. Weten dat dit de laatste keer is dat we samen met z’n allen in de living zouden zitten ’s avonds laat, onder het dekentje en met de tv aan. Door mama gestreeld worden door m’n haar, en weten dat dit de laatste keer was dat haar lieve vingers door mijn haar zouden gaan op die manier die haar zo typeert, op een manier die niemand kan nadoen, die heel eigen is voor haar, mijn mama. De laatste keer, laatste keer.

Aan de ene kant weet ik goed wat er komt, definitieve einde en mama voor altijd laten gaan. Momenten van besef komt mijn grote verdriet eruit in eindeloze tranen. Dan wil ik dat het liever nu voorbij is dan morgen, want die momenten die eraan vooraf gaan, die zijn de hel! Maar andere momenten wil ik er niet aan denken en is het hier en nu en alles is normaal. Het is heel gewoontjes dat we samen aan tafel zitten, heel banaal. En dan wil ik dat alles gewoon blijft zoals het is, of nee, zoals het vroeger was. Mama die alles kon en alles deed.

Wie mij en m'n familie een rouwbericht wil achterlaten, kan dat doen op deze website: http://www.marleenkeirse.be/


maandag 15 juni 2015

Afscheid van moeder

Je weet dat je het ooit zal moeten doen, afscheid nemen van moeder. Maar die ooit is het voorbije weekend heel concreet en heel dichtbij gekomen. Mama heeft afscheid genomen van het leven en kiest voor de dood. Ze kiest ervoor om het af te sluiten. In die keuze is ze heel sterk. Jooris vindt haar moedig in haar keuze. Hij heeft gelijk. Mooie woorden van haar broer waarmee hij haar vertelt dat hij het begrijpt en aanvaardt.

We zaten er allemaal bij, we zagen het allemaal, hoe ze zo vastberaden haar naam neerschreef op het briefje waarop staat “Ik wil euthanasie”. Geen van ons die haar wil tegenhouden. Nee, we aanvaarden haar keuze en we begrijpen het. Maar het doet verdomme wel ontzettend veel pijn. Het doet zo’n pijn je moeder zo bewust te zien kiezen voor het afscheid. Hoe sterk moet je daar eigenlijk voor zijn? Zo bewust die keuze te maken om op te houden met leven, en je kinderen achter te laten met zo’n groot verdriet. Hoe moet dat voor haar voelen, om haar kinderen te zien huilen en rouwen om haar komend sterven?

Als wij wenen, weent ze mee. Ons verdriet is haar verdriet. Om haarzelf heeft ze geen verdriet meer, want zij heeft het afgesloten en wacht nu op de laatste dag en het einde van haar pijn. Maar ons verdriet zien, dat vindt ze wel erg. Dan moet ik ongelofelijk veel bewondering hebben voor mijn moeder en de kracht van haar beslissing. 

woensdag 11 februari 2015

Deze week

Deze week is een doodnormale week die bestaat uit gaan werken, voor Lore zorgen, de huishoudelijke dingen… Vorig jaar was deze week helemaal anders.

De eerste dag van deze week herbeleefde ik op elk onbewaakt moment alles wat vorig jaar gebeurde. Het was een film die zich ongevraagd in m’n hoofd bleef afspelen. Traantjes verbijten en kroppen in de keel. Dat was de eerste dag.

De tweede dag van de week ging ik werken en dacht ik daar al weer iets minder aan. Het was pas ’s avonds dat ik kort bedacht hoe vreselijk die tiende februari was vorig jaar. Niet alleen de negende was vreselijk, maar de dag erna ook. Misschien zelfs meer. Het was pas ’s avonds dat ik eraan dacht dat dit de dag was waarop ik een inzinking kreeg waardoor drie dokters zich over me ontfermden. Drie dokters, behalve de dokter die uren op zich liet wachten met nieuws over mama.

De derde dag van deze week was ik gewoon heel erg moe. Komt het door de weinige slaap die ons Loretje ons nog gunt? Of ben ik onbewust toch veel meer bezig met het herbeleven van de hele situatie? Hoe dan ook, vandaag dacht ik er weer kort aan dat het vorig jaar de dag was dat ik weer onophoudelijk aan het huilen was, op de dienst intensieve zorgen dit keer. Het zien van je moeder die in coma gehouden wordt, die vecht voor haar leven, doet iets met een mens. Dat was de elfde februari, maar ook de twaalfde, dertiende… Ik weet niet meer wanneer het precies was dat mama terug wakker werd en enkele woorden sprak tegen ons. Ik weet wel nog heel erg goed hoe het was, maar niet meer wanneer het was.

Ik weet ook nog dat ik een jaar geleden deze woorden schreef: Maar het allerbelangrijkste en allermooiste zei mama gisteren aan ons allemaal: “ ’t Is erg, mo kmoen der deure”. En toen waren we dolgelukkig. Onze mama, een vechter! Altijd al geweest. Ze laat zich niet zomaar iets zeggen. Ze volgt niet zomaar de regeltjes van andere mensen! Mama vecht voor haar eigen geluk en nu doet ze het opnieuw. 

Deze woorden herlezen… Het is raar. Want enkele weken daarna blogde ik deze woorden: Een week geleden stapten we stralend het ziekenhuis buiten. Dolgelukkig met de evolutie die we toen al zagen, zo tevreden dat mama nog steeds mama was en dat ze kon praten met ons. Ik hoop dat dat niet een uniek moment was dat niet meer terugkomt. Maar beangstigend is het wel, je eigen mama niet meer te verstaan. Nog triester is het wanneer je eigen mama geen zin meer heeft om iets te zeggen, omdat het haar toch niet lukt. Don’t slip away.


En dit herlezen is nog veel raarder. Dit was mijn grote angst, dat mama niet meer zou spreken, dat die ene zin een uniek moment was. Nu weet ik dat die angst werkelijkheid geworden is. We maakten toen een hoopvolle beslissing, waar ik nooit spijt van zal hebben. Ik zal er nooit spijt van hebben dat we mama een kans gaven. Ik zou er wel altijd spijt van hebben gehad als we haar geen kans gaven. Maar tegelijk weet ik nu ook veel meer dan vorig jaar. We weten hoe haar situatie nu is. En we weten ook dat mama niet de kwaliteit in haar leven krijgt die ze verdient. We weten ook dat we vorig jaar niet zomaar een beslissing konden nemen, want mama had een briefje met een laatste wil. Dat briefje bestaat nog steeds. En daar moeten we het mee doen. Want mama kan het zelf niet zeggen. Ik zie mama wenen. Ik zie dat ze het niet meer ziet zitten. Maar ze kan het ons niet zeggen. Is het dan niet aan ons om dat lelijke woord uit te spreken en het haar te vragen? Is het dan niet aan ons om mama de kans te geven om onze beslissing van vorig jaar te betwisten? Ik vind van wel. We zijn het haar verschuldigd. 

maandag 26 januari 2015

Over mama, 9 februari en over mezelf

 De gedachte dat het bijna 9 februari is spookt al enkele weken door m'n hoofd. Ik zie op tegen die dag. De vraag is bijlange niet of dit een baaldag zal worden. De vraag is eerder: blijft het bij een baaldag, of wordt het een baalweek? Want niet enkel 9 februari is een dag met herinneringen. Elke dag in de week die daarop volgt zijn dagen waar ik traumatiserende herinneringen aan heb. Ik voel het nu al. Nu al heb ik het lastig. Een jaar lang zonder mama. Nee, ik heb mijn mama nog. Dus geen jaar zonder mama. Maar dat mama er nog is, is ook mijn enige troost. Ik heb mijn mama nog, maar waarvoor en waarom? Ik kan niet meer bij haar ten rade gaan als ik het lastig heb, of als ik vragen heb, of als ik eens tips wil krijgen als jonge moeder. Mama is er niet meer om mij te troosten als ik het nodig heb. Ze heeft me ook nooit kunnen feliciteren met mijn vast werk waar ik zo lang op heb moeten wachten, waar ik zo hard voor heb moeten vechten en waarover ik zo vaak bij haar een traantje liet omdat het niet lukte. Nu is het wel gelukt en kan zij niet delen in de vreugde. Ze kan ook nooit vragen hoe het gaat op mijn werk. Ik weet zelfs niet of ze wel helemaal goed begrijpt wat ik nu precies doe. Het gevecht om Martha te mogen knuffelen en vasthouden is voorbij. Voordien sleurden we haar letterlijk uit elkaars armen. Maar nu ben ik al blij als Martha eens op de schoot bij haar oma zit of als ze 'omaatje' zegt. 
Ik zie dus op tegen 9 februari, de dag waarop mama haar beroerte kreeg en daarmee ons leven op z'n kop stond. 

vrijdag 2 januari 2015

Niet geschikt voor gezelligheid - gezelligheid troef

Vandaag gingen Lore en ik naar de fietswinkel. Wat een avontuur. Bij de fietswinkel had ik uiteraard mijn fiets nodig om daar iets op te laten monteren. Met de fiets dus. En Lore. Aan de vochtigheid van mijn kleren te zien, leek dat ritje geen 2 maar 10 km. Niets van. Angstzweet. Het begon al met het dutje van Lore. Bijna drie uur lag ze in haar bedje vanmiddag. Toen ze er -eindelijk- uit kwam, kon ik haar na haar fruitpap klaarmaken om mee te gaan op de fiets. Hup Maxi-Cosi in en fiets op. En beginnen met trappen en fietsen om zeker nog op tijd te komen. Hoe super ik het ook vind dat ik haar zo klein al kan meenemen op de fiets, die babymee is blijkbaar echt niet bedoeld voor gezellige fietsritjes. Door de bombastische Maxi-Cosi die je achteraan op je fiets meeneemt, heb je zelf amper nog plaats op je zadel om te zitten. De hele tijd schuiven en proberen comfortabel te zitten (niet gelukt trouwens), ’t is al een eerste reden om het niet tof te vinden. Maar het verkeer ook. Bij elke voorbijrijdende auto, of fiets kwam er een ongewilde ‘shit’ of ‘fuck’ stilletjes uit mijn mond gefloept. Zuchten en puffen!

De enige reden om Lore op de babymee mee te nemen op de fiets is dus altijd een praktische reden. Ophalen of afzetten bij de crèche is ideaal met de fiets, want daar passeer ik op weg van en naar het station. Heel praktisch dus. Vandaag was ook een praktisch ritje: naar de fietswinkel om er iets te laten monteren door professionelen. Je kan me dan geen ongelijk  geven dat ik efkes vloekte toen ik daar voor een gesloten deur stond. Gesloten op 1 en 2 januari, terug open op 5 januari.

Dan maar terug naar huis. Opnieuw heel wat zweten, zuchten en schrikken van alles om me heen. Oef, eindelijk thuis. Ik was zo blij. Ik stap van mijn fiets, draai me om en zie Lore in de Maxi-Cosi… SLAPEN! Na een dut van drie uur was mevrouw terug in slaap gevallen. Gezelligheid troef achteraan op de fiets. 

zondag 28 december 2014

Het jaar van Djoelie

Zoals elk jaar denkt facebook perfect te weten hoe mijn jaar er uitzag door een compilatie te maken van foto’s. Yeah right, stomme facebook. Je weet er niets van. Ik zal zèlf wel mijn jaaroverzicht maken.

Mijn mama
Op 8 februari, ’t was een zaterdag, zat ik gezellig met mama in de zetel. Heerlijk avondje was dat. Lekker knus samen in de zetel, lui TV kijken, af en toe babbelen over de komst van de baby. Gewoon zalig.
De dag erna ging de telefoon. Papa helemaal over zijn toeren. Wij naar spoed. Het leven veranderde toen en het wordt nooit meer hetzelfde. 2014 moest een prachtig mooi jaar worden, maar in februari was het al om zeep. 2014 werd het jaar waar ik de grootste hekel aan heb. Enige lichtpuntje in deze duisternis: mijn mama is er nog!



17 juli
Snikhete dag, BBQ en playbackshow op ’t werk. En toen weer de telefoon. Water gebroken. Snel naar huis en snel naar het ziekenhuis. Stresskip tot en met. Enkele uurtjes later werd onze Lore geboren. Een mini-mensje. Prachtig en klein. 2014 werd het mooiste jaar van mijn leven.



Getuige
Ik kreeg de eer en het genoegen om getuige te zijn van mijn zusje die het huwelijksbootje instapte met Mehdi. Proficiat, lieve zus!


Solliciteren solliciteren, wie z’n best doet zal het leren
De zoveelste sollicitatie in mijn leven bracht me het resultaat waar ik nooit meer op hoopte en die zo’n ver-van-m’n-bed show leek: vast werk! Een vast voltijds contract van onbepaalde duur voor altijd en zonder einddatum. Waw! Kers op de taart: als coördinator van de oudercrèche in Oostende. Niet zomaar een vast contract, maar een super fancy job waar ik in m’n wildste dromen niet van durfde dromen. Ik voel me vereerd dat ik deel mag uitmaken van dit project! In 2014 ontmoette ik trouwens ook Peter Adriaenssens *trots*.
2014 werd een bijzonder jaar dat me plots wel heel welgezind is.


Huisje tuintje boompje
Daar ergens tussenin werd ik ook nog eens huiseigenaar met mijn allerliefste schat. Voor de geboorte van Lore gingen we (zij hoogzwanger, ik lekker fit) met onze fiets naar een huis kijken. Onderweg zeiden we nog voor de grap: “We gaan eens een huis gaan kopen é”. Een uurtje later stonden we weer buiten: “We hebben juist een huis gekocht”. Drie maand later de verhuis, bovenop mijn nieuwe job en de zorg voor de baby. Een combinatie die ik lang onderschat heb maar gelukkig wel overleefd heb (ik raad het niemand aan, dat op zich is al een blog waard).



Wil je? Jaaaaaaaa!
Geen uitleg nodig zeker?


Op naar 2015
2015 wordt het jaar waarin:
  • Ik officieel mama zal worden van Lore!
  • We onze weg zullen zoeken in het leven van de tweeverdiener
  • Ik meter word van een jongetje
  • Op kampeerreis ga met mijn gezin tijdens mijn verlof (ja, ik heb verlof vanaf nu hoera)
  • Lore leert stappen (en het kan voor haar niet snel genoeg gaan)
  • Zoals beloofd meer tijd zal maken voor mijn vrienden!
  • Ik aan de zijlijn zal staan van enkele prachtmensen die zullen trouwen


zondag 23 november 2014

Hallo, ik ben jouw mama. Ken je me nog?

Een levenslange droom is in vervulling gegaan: mama worden. Het prachtigste wat er bestaat. Ik hou zielsveel van Lore. Maar het moederschap heeft ook nadelen. Of beter gezegd het ouderschap. Ik ben geen doorsnee moeder die na de bevalling lekker lang thuis kan blijven met de baby. Drie weken na de geboorte was het al van dat. Terug naar het werk, kindje thuis laten met mamie en minder tijd doorbrengen met baby en moeder. Zo is het als meemoeder* of als vader. Je kan amper 10 dagen bij je pasgeboren baby zijn, en daarna staat je vrouw er helemaal alleen voor. Verre van ideaal voor allebei. Vier maand later merk ik daar al heel wat gevolgen van die een invloed hebben op mijzelf, maar ook op Lore en op An (de andere mama van Lore).

Als ik thuis ben, geniet ik van de momentjes met Lore, maar soms huilt een baby (echt waar, ik verzin dit niet). Dan probeer ik haar wel eens te troosten, maar meestal is het gewoon gemakkelijker om haar dan af te geven aan de mama waar ze constant bij is, want daar wordt ze meestal veel rapper rustig. Ik merk dat ik daardoor veel vaker en veel sneller ga opgeven en de baby wil doorgeven. Fout, toch? Een mama troost liever zelf haar kindje?

Ondertussen voel ik nu al een grote achterstand ten opzichte van Lore’s mamie. Begrijp me niet verkeerd, het is geen wedstrijd om de meest geliefde moeder te zijn. Maar het lijkt me wel iets praktischer voor Lore dat ze twee mama’s heeft waar ze evenveel van houdt en bij wie ze terecht kan met eender wat. Nu is dat niet zo. Door vijf maanden continu samen te zijn, zijn Lore en An één geheel geworden en daar sta ik naast. Na die vijf maanden gaat An terug werken en zullen we elk even veel tijd kunnen doorbrengen met onze dochter. Dan kan alles in evenwicht komen. Maar daar geloof ik eerlijk gezegd niet in. Ik heb al bij andere koppels gezien hoe het loopt. Tijdens de moederschapsrust ontstaat er een rollenpatroon in het gezin. Vader gaat werken, moeder zorgt voor het kind. Na de moederschapsrust is het heel moeilijk om uit dat patroon te geraken, want je bent het ondertussen al zo gewoon dat je als moeder zelf instaat voor de zorg van het kind. Waarom zou je het ook uit handen geven als je het zelf zoveel beter kan? Als vader, of meemoeder in dit geval, is het dan heel moeilijk om ook een plaatsje te vinden, om ook de zorg op te nemen voor je kind, terwijl je vrouw er zoveel beter in is dan jijzelf. Geraak daar maar eens uit hé!

Ik kan toch lekker zagen over hoe oneerlijk het wel is. Er is helemaal niets aan te doen en deze woorden lijken verloren te zijn. Maar mijn zus vroeg me dit stuk te schrijven om aan te tonen dat het helemaal niet aan het mannelijke geslacht ligt dat zij de zorg voor de kinderen minder opnemen. Ik ben geen man, maar een vrouw met een héél sterk moedergevoel (dat nu te weinig tot z’n recht kan komen). De oplossing voor dit probleem? Ik citeer mijn zus: “Ik vind dat ze verplicht drie maanden geboorteverlof moeten invoeren voor niet-geboortemoeders (vaders, meemama’s…). Is eerlijker voor iedereen”.

*Meemoeder: de moeder in een lesbisch ouderpaar die het kind niet heeft gebaard.