zaterdag 22 februari 2014

9 februari, een datum die in mijn geheugen geklasseerd staat onder ‘verschrikkelijke dag’

Twee weken geleden stortte mijn wereld in. Plots stond ik voor een leven zonder mama. We beleefden plots onze ergste nachtmerrie. Maar nog meer de nachtmerrie van mama. Ze was bezig met een negatieve wilsverklaring om te voorkomen dat ze met zeer grote hersenschade verder door het leven zou moeten. En om te voorkomen dat wij ons leven niet meer kunnen leiden zoals het zou moeten, omdat zij onze zorgen nodig heeft. We wilden er niets van weten toen ze ons dat vertelde. ‘Nee mama, jij gaat nog lang niet dood. Nee mama, jij gaat nog eeuwen mee en er gebeurt niets met jou, dus denk daar nu nog niet aan’. Dat dachten we toen. En een paar weken later stonden we met haar kladversie in onze handen, te kijken wat ze nu precies had opgeschreven.

We zaten op een rollercoaster van emoties en moesten op elke tussenstop een beslissing nemen die je de rest van je leven met je meedraagt, willen of niet. Wij kozen om te geloven in de mama die we kennen, een doorzetter. Iemand die alles, maar dan ook alles zou doen voor haar kinderen. Wij zijn haar kinderen die alles, maar dan ook alles zouden doen voor onze mama. We kozen om mama een gevaarlijke operatie te laten ondergaan. Zonder de operatie zou ze gestorven zijn. Maar met de operatie maakte ze kans om te revalideren. De neuroloog was positief over haar revalidatiekansen. Hij geloofde erin dat ze nog een kwalitatief leven zou kunnen leiden. De dag na de operatie zagen we een andere dokter die heel wat minder positief was. We waren bang, zo ontzettend bang, dat wij haar in een positie geduwd hadden waar ze zo’n schrik voor had, dat ze niet goed genoeg zou worden en dat er dan niets meer zou zijn om haar uit haar lijden te verlossen. Maar onze mama zomaar opgeven was helemaal geen optie.

We zijn elf dagen later. Ze hielden mama vier dagen in een kunstmatige coma en bouwden daarna de verdoving geleidelijk af. Enkele dagen erna was ze wakker en wist ze wanneer we op bezoek kwamen. We waren gelukkiger dan ooit met een stevige hand van mama. Geen levensloze hand van een slapende mama, maar een stevige handdruk van een wakkere mama. En elke dag opnieuw blijft ze ons verbazen. Ze is er helemaal bij, ze beseft alles en kan zich steeds beter en beter uiten.


Maar het allerbelangrijkste en allermooiste zei mama gisteren aan ons allemaal: “ ’t Is erg, mo kmoen der deure”. En toen waren we dolgelukkig. Onze mama, een vechter! Altijd al geweest. Ze laat zich niet zomaar iets zeggen. Ze volgt niet zomaar de regeltjes van andere mensen! Mama vecht voor haar eigen geluk en nu doet ze het opnieuw. 

donderdag 13 februari 2014

Bloggen over deze week

Bloggen over deze week, het lijkt haast onmogelijk. Het is onmogelijk om alles neer te schrijven op een blog. Er gebeurt veel en alles vliegt aan me voorbij. Plots woon ik terug in Zuienkerke, samen met mijn zus, maar wel zonder onze mama. Onze mama!


Ik had nooit gedacht dat we zo snel samen rond de tafel zouden zitten om met dokters te spreken over mama. Mama heeft er een hekel aan dat dokters óver haar praten, en niet tegen haar. Ze is baas over haar eigen lijf en moet dus altijd alles weten van de dokters. Maar nu was het aan ons om te luisteren naar de dokter, en om beslissingen te nemen. Een beslissing die makkelijk lijkt, maar het helemaal niet is. Mama's leven redden met een operatie waarna ze kan revalideren naar een hopelijk aanvaardbaar leven, of mama nu redden van alle pijn en direct haar 'laatste' wil respecteren? Maar we zijn nog veel te jong om onze mama zomaar op te geven.  Dus we grepen onze enige kans om haar toch nog bij ons te houden. En ik weet zeker dat mama dat zal begrijpen en het ons niet zal verwijten dat we het geprobeerd hebben, ook als blijkt dat ze niet meer goed genoeg wordt. We weten dat ze dat niet wil, maar we weten ook dat mama het zelf hartverscheurend vond om mama te worden en dan haar mama niet te hebben. Ze was zo gelukkig dat zij er voor Sofie kon zijn toen zij mama werd. Maar mama, ik heb jou ook nog nodig! Heel binnenkort zelfs. Ik wil mijn mama erbij als ik mama word. Zonder mijn mama is die blije gebeurtenis ook een trieste gebeurtenis. Dus mama, ik heb je nodig. 

maandag 21 oktober 2013

Mijn dromen in een kartonnen doos

Vandaag borg ik mijn dromen op in een kartonnen doos. Een hele tijd deed de kast in onze living dienst als boekenkast. Mappen en papieren voor school mochten er zich thuis voelen, en lagen er geduldig te wachten om gebruikt te worden. Ik dacht dat het slim was om die schoolspullen niet al te ver weg te leggen, want als ik dan werk zou vinden als leerkracht, dan kon ik dat zeker gebruiken. Vandaag kwam het moment waarop ik besefte dat ik mijn schoolspullen niet zo snel zou nodig hebben. Waarom ze dan nog langer dicht bij je houden? Mijn dromen zitten in een kartonnen doos. En die staat op de zolder. Hoog en ver.

En als je me ziet lachen om mijn mislukte carrière als opvoedster, en om mijn tweede mislukte carrière als leerkracht, weet dan dat die lach slechts een masker is om mijn ware teleurstelling en pijn niet te moeten tonen. 

woensdag 5 oktober 2011

Heb je een vuurtje?

Dat is werkelijk de stomste openingszin ooit.

Wat gebeurt er als ik inderdaad een vuurtje zou hebben?
Dan zou ik je sigaret aansteken uit vriendelijkheid een sigaretje meeroken. Want als ik een vuurtje bij heb, ben ik hoogstwaarschijnlijk ook een roker. Dan roken en stinken we gezellig samen, maar tegelijk ontsnapt mijn aandacht niet aan het feit dat ik jou een mislukte roker vind. Want welke roker heeft nu sigaretten bij en geen vuurtje?

Wat gebeurt er als ik geen vuurtje zou hebben?
Dan staan we te praten, want dat is uiteindelijk wel de bedoeling van je vraag. Ik met niets in mijn handen, maar jij met een niet-brandende sigaret tussen je vingers. Eigenlijk wil je niets liever dan hem oproken en bijgevolg kan het gesprek dan ook niet snel genoeg gedaan zijn voor je, zodat iemand anders je sigaret kan aansteken. Of jijzelf, met je aansteker die eigenlijk de hele tijd al in je zak zat. Want welke roker heeft nu sigaretten bij en geen vuurtje?

maandag 19 september 2011

Er zit meer in een sollicitatie dan je denkt

Ik heb in mijn korte opvoederscarriere al veel sollicitaties achter de rug. Over solliciteren vind je heel wat terug op internet, van hoe je je moet kleden tot hoe je op allerlei vragen moet antwoorden, van wat je moet meebrengen en wat je zeker niet mag meebrengen tot welke vragen op elk gesprek gesteld worden. Maar wat ze je op internet niet vertellen, is dat een sollicitatie ook voorspellende krachten heeft.
Mijn sollicitatie op zich geeft elke keer een beeld van hoe mijn job er zou uitzien. Dat was zo op mijn eerste job. Het was een kort en bondig gesprek, de beslissing dat ik weerhouden was werd tijdens het gesprek zelf genomen. De job zelf was ook kort en bondig, want na een interim van drie weken was het al voorbij.
Daarna ging ik op gesprek bij mijn toen toekomstige werkgever. Tijdens het gesprek moest ik eigenlijk bitter weinig zeggen. Het was de directeur die veel vertelde en ik die veel luisterde. En zo was het ook op het werk. Ik werd nooit gehoord, en het was de directeur die alle beslissingen nam. Achteraf gezien duurde mijn tijd op die werkplek véél te lang, net als het sollicitatiegesprek waar maar geen einde aan leek te komen.
Toen ik solliciteerde voor mijn huidige job kwam ik op de schriftelijke proef te laat en vond ik de weg niet. Toen ik naar het mondelinge deel mocht vond ik opnieuw de weg niet door wegenwerken, waardoor ik opnieuw bijna te laat kwam. En elke keer ik nu de kinderen moet brengen of halen van of naar een speelplein, een school, een hobby… verdwaal ik door de straten van Oostende en kom ik overal te laat. Gelukkig verliep de sollicitatie zelf heel vlot, en voelde ik me er op mijn plaats. Ja hoor, solliciteren is meer dan alleen de woorden die je zegt en de kleren die je aantrekt. 

donderdag 1 september 2011

Ik denk dat ik het nooit beu raak


Ik denk dat ik het nooit beu raak om de deur uit te stappen en in ‘t stad te zijn. Ik denk dat ik het nooit beu raak te voelen wat ik voel als zij thuis komt. Ik denk dat ik het nooit beu raak om volmondig ‘ja’ te kunnen antwoorden als mensen in Brugge vragen of ik ‘van hier ben’. Ik denk dat ik het nooit beu raak om samen met haar in onze zetel te zitten. Ik denk dat ik het nooit beu raak om naast haar wakker te worden. Ik denk dat ik het nooit beu raak dat ze zo mooi is. Ik raak het nooit beu om gelukkig te zijn.

dinsdag 23 augustus 2011

Een jarig gevoel op 19 augustus


Toen het mijn verjaardag was, voelde ik me niet jarig, en was ik voor de zoveelste keer teleurgesteld omdat ik geen jarig gevoel had op mijn verjaardag. Maar nu weet ik hoe ik volgend jaar voor een jarig gevoel kan zorgen op 28 juni. Ik vraag gewoon aan mijn papa dat hij wafels voor me bakt. Als mijn papa wafels bakt en ik mag ze recht uit het ijzer, verser dan vers, opeten… dàn voel ik me jarig!