dinsdag 6 juni 2017

10 dagen geboorteverlof genoeg? Ik dacht het niet!

Mijn zus, strijdvaardig als ze is, vroeg me mijn mening over het geboorteverlof voor vaders (ook gekend als vaderschapsverlof) en meemoeders. Te kort! Dat is het! Daarom roepen de vrouwenraad en de gezinsbond op om dit verlof te verdubbelen. Daar ben ik voor! Ze lanceren hiervoor een petitie die je hier kan ondertekenen. 

Ik schreef eerder, veel eerder, al eens over de beperkte periode dat ik als meemoeder thuis mocht blijven toen mijn partner beviel van ons eerste kindje. 

Om deze post verder goed te volgen, raad ik aan eerst dit oud stukje te lezen want ik brei er graag op verder met mijn nieuwe ervaringen, zijnde de geboorte van ons tweede kindje. 



Lore is nu bijna drie en ik merk dat ze nu veel meer naar haar mamie (de biologische moeder van Lore) gaat dan naar mij (meemoeder van Lore). Als mamie gaat werken, is het groot verdriet. Als ik ga werken, zegt ze flink 'daag' en gaat ze verder met de orde van de dag. Bij mijn schoonzus is het ook zo dat haar twee zoontjes huilen als zij ze afzet op school, maar als papa ze brengt niet. Ligt het aan die moederlijke biologische band? Ligt het aan die hechting van de eerste maanden? 


Lore en mamie

Seppe en mama

Ik ben alvast benieuwd hoe ons gezin verder zal uitgroeien. Bijna een jaar geleden is ons tweede kindje geboren. Dit keer was ik de dragende mama en was ik de mama die de beste en snelste troost kon bieden. De rollen omgedraaid. Ik ben nu heel benieuwd hoe het zal zijn als hij drie jaar zal zijn. Zal hij dan ook meer naar mamie gaan of naar mama? Is dit de moeite waard om te onderzoeken met lesbische paren om zo te ontdekken wat de impact van die eerste maanden (of de impact van een biologische band) doet met een kind?

Even kort nog over de kraamperiode van ons tweede kindje. Seppe bleef ongeveer tien dagen in het ziekenhuis. Ik wilde alles doen voor mijn baby, ook al was ik zelf al ontslagen uit het ziekenhuis. 


Seppe op neonatalogie 

Doordat ik wist dat het over een relatief korte periode ging dat Seppe alleen in het ziekenhuis bleef, koos ik ervoor om de volledige dag bij hem te zijn. Concreet betekende dat:


  • Opstaan en douchen om 7u of 6u30 (want persoonlijke hygiëne is uiterst belangrijk na een bevalling). Hierna een half uurtje bij Lore zijn.
  • Vertrekken om 7u45 (elke dag kwam iemand mij halen omdat ik nog niet zelf terug met de auto mocht rijden). An (mijn partner) bleef telkens thuis met de oudste, al dan niet tot er opvang mogelijk was.
  • Om 8u zeker in het ziekenhuis zijn voor de eerste voeding van Seppe (ik gaf borstvoeding). De hele dag in het ziekenhuis verblijven om tussenin telkens Seppe te kunnen aanleggen (stimuleren borstvoeding, hechting).
  • Om 17u gaf ik de laatste voeding en om 18u vertrok ik naar huis. 

Thuis had ik dan nog ongeveer een uurtje met de oudste dochter tot zij ging slapen. In dat uurtje was ik wel heel erg moe door de hele dag in het ziekenhuis te zijn. Meeslapen met je baby is namelijk moeilijk op die manier. Ik vroeg een bed om bij zijn bedje te zetten op de neonatale, maar dit kon niet vanuit het ziekenhuis. Daardoor waren dit erg zware dagen.

De avonden waren gevuld met: tot rust komen bij de tv, eten, kolven om 21u en om 23u
Na de laatste kolfbeurt kon ik slapen, maar tijdens de nacht stond ik telkens 1 keer op om te kolven. In principe had ik dit dubbel moeten doen maar doordat alles al zo zwaar was, koos ik ervoor om die nachten mijn nachtrust te laten primeren.


"Op het moment dat Seppe naar huis mee mocht, 
was het geboorteverlof zo goed als op"

In deze periode was An thuis in geboorteverlof. Zo was dit haalbaar voor mij om me volledig te focussen op de nieuwe baby die de moedermelk maar al te goed kon gebruiken om aan te sterken. Zo was het voor mij haalbaar (eigenlijk maar net want ik voelde me elke dag meer en meer verslappen) omdat ik de extra zorg voor Lore er niet moest bij nemen. Ik had mijn partner dus nodig als mentale steun maar ook heel erg als praktische achterban. Zij deed ALLES! Boodschappen, voor eten zorgen, voor de dochter zorgen, voor mij zorgen... En ja, ook nog elke dag op bezoek komen naar Seppe. Niet onnodig dus dat de partner in deze periode thuis kan blijven.
Nadeel hieraan: op het moment dat Seppe naar huis mee mocht naar huis, was dat geboorteverlof zo goed als op. Hij kon mee op dag 10 van zijn leventje.

We hadden 'geluk': Seppe werd geboren midden juni en we wisten op voorhand dat het geboorteverlof alleen te weinig zou zijn, daarom maakten we een handige constructie met verlofdagen. Op het geboorteverlof van An volgde er dus automatisch gewoon verlof in de eerste weken van juli. Op die manier kon An maar liefst een maand thuis blijven met mij en Seppe. 

Ook dat was weer geen écht verlof natuurlijk. De eerste dagen (eigenlijk weken) waren heel zwaar. De borstvoeding verliep niet zoals het moest. Ik moest een week lang elke voeding geven aan Seppe + kolven + een flesje bijgeven omdat hij niet genoeg bijkwam in gewicht. Seppe dronk echter om de twee uur. Dat wilde dus zeggen dat er een uur gespendeerd werd aan het hele voedingsgebeuren en dat het een uurtje erna opnieuw van start ging. Dat kolven en flesje bijgeven was erg intensief in ons gezin. Want daarvan heb je ook weer immens veel afwas :) En een kleine baby drinkt de fles niet zoals een grote baby dus daar moesten we ook telkens veel energie in steken (in de borstvoeding ook trouwens, ik moest er echt actief mee bezig zijn). 
Die uurtjes tussenin gebruikte ik om zelf snel te eten of te douchen. Meer dan dat werd er in die week niet gedaan.

Daarbovenop hadden we nog onze grote dochter die ook aandacht vroeg. Die eerste weken waren we eigenlijk elk met een kind bezig, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. We kregen (gelukkig) niet veel bezoek :) We hadden er geen tijd voor.

Die lastige periode met de borstvoeding was echt doorbijten voor mij, als ik wilde dat het zou lukken. En dat is me gelukt dankzij, weeral, de steun van An. Zij die alles in het huishouden deed, alles met Lore, en meestal ook de extra melk aan Seppe in de fles gaf zodat ik na het kolven toch een klein beetje tijd had om te recupereren. Weer veel praktische en morele steun.


"Als je baby op de neonatale opgenomen is, 
wordt het moederschapsverlof verlengd met die dagen.
Zo 'verlies' je die niet.
Maar waarom is dat voor de partner niet zo? 
Ik had haar nodig in die periode. Maar ook in de periode erna"

Ik mag er echt niet aan denken dat ik die periode al alleen thuis zou gezeten hebben. Ik zou me heel eenzaam gevoeld hebben. Ik ben heel blij dat An haar zomerverlof aan haar geboorteverlof kon plakken want we wisten dat het anders te kort zou zijn. In ons geval had het erop neer gekomen dat An twee dagjes thuis zou geweest zijn met Seppe en daarna zou moeten werken.
Als je baby op de neonatale opgenomen is, wordt het moederschapsverlof verlengd met die dagen. Zo 'verlies' je die niet. Maar waarom is dat voor de partner niet zo? Ik had haar nodig in die periode. Maar ook in de periode erna. 


Ook overtuigd? Laat je horen en teken de petitie. Teken mee voor een betere start voor startende gezinnen. 

donderdag 17 november 2016

Schrijven over mama

Mijn zus schreef veel over mama en alles wat ze beleefde in de periode rond mama's dood. Dat deed ik ook. Maar ondertussen is het al meer dan een jaar geleden dat ik erover schreef.  Sofies teksten hebben me altijd deugd gedaan. Ook nu, nu er een artikel over onze mama verscheen in Psychologies Magazine. Het brengt zoveel herinneringen terug naar boven die ik koester, hoe verschrikkelijk pijnlijk ze ook zijn. Bij het lezen van haar verhaal voelde ik de heimwee naar die periode,  naar de weken die we nog zoveel bij mama waren, naar al die kleine momenten van liefde, naar mama.

En toch is het raar. Want tijdens die weken was de pijn zo vreselijk dat ik verlangde naar de periode erna, wanneer alles voorbij zou zijn en dood gaan en afscheid nemen niet meer zo'n prominente plaats in ons leven zou innemen. 


Dankzij de teksten van mijn zus zullen de herinneringen nooit vervagen. En dat is een heel groot geschenk. Dankjewel lief zusje.

maandag 25 juli 2016

Eén jaar geleden

Het is morgen een jaar geleden dat mama stierf. Morgen is het de eerste verjaardag van haar sterfdatum. Het is gek hoe snel dat jaar voorbij is gegaan, zeker als ik terugdenk aan vorig jaar. Het contrast met deze zomer kon niet groter zijn, zei mijn zus. Ze heeft groot gelijk. Dit jaar is er een zomer, kunnen we genieten. We genieten van de zon, van de kindjes, van de tuin, van lekkere ijsjes, van elkaars gezelschap. Net zoals iedereen eigenlijk, we genieten van het leven. Het gemis krijgt steeds meer een plaats en het wordt draaglijker. Maar soms kan je er niet omheen. Er zijn momenten waar de leegte op je valt. Zonder waarschuwing, zomaar plots. BOEM! Je mama is dood!
Zo zagen die momenten er voor mij uit.

Ik dacht mijn hele zwangerschap dat de geboorte van mijn zoontje zowel vreugdevol als triest zou zijn. Maar toen hij er eindelijk was, was het enkel maar vreugdevol. Ik genoot met volle teugen van mijn kleine baby. Ik dacht wel aan mama. Ik vond het erg dat ze er niet bij kon zijn, dat zij zo trots zou geweest zijn en dat ze met zoveel plezier ons hele huishouden zou overgenomen hebben. Maar ik kreeg geen klop van de hamer. Een dag later wel. Seppe bleek ziek en werd opgenomen op de neonatologie. Daar zat ik dan, nog volop herstellende van de bevalling, in het ziekenhuisbed. Midden in de nacht kwamen ze Seppe onderzoeken en aan het voeteinde van mijn bed vertelde de arts me dat ze hem zouden meenemen. De tranen rolden uit mijn ogen. Ik begreep het nog niet goed, maar ik begreep wel dat hij niet meer bij mij zou zijn. De dag erna was mama de enige die ik wou opbellen. Op dat moment wou ik enkel en alleen mama die bij me kon zijn, me eens vasthouden, er gewoon zijn voor me om me de steun te geven die ze me altijd al had gegeven. Ik had haar écht nodig en ze was er niet. Dat maakte het allemaal extra zwaar.

Drie dagen voor mama haar sterfdatum was de trouwdag van An haar papa met zijn nieuwe vriendin (P.). In het stadhuis werden de bijhorende feestelijke foto’s gemaakt. Mijn schoonvader, zijn vrouw, schoonbroers- en zus, An, de kleinkindjes. P. hield ons Seppetje vast. Het was echt een plaatje. Toen de foto genomen was, dacht de fotograaf nog een foto te maken van P. en Seppe. Hij maakte daarbij de grote fout het als volgt te benoemen: “Nog een close up met oma”. En toen viel het erger dan ooit op me. Dit is niet oma! En daarbij besefte ik zo intens dat Seppe nooit een foto zal hebben met zijn oma, dat hij zijn oma nooit zal kennen en hoe erg ik dat wel vind. Uit het niets zat ik daar op de trapjes van het stadhuis te snikken en te wenen als een klein kind.

Vorige week ging Lore logeren bij tante Sofie. Maar wel in Zuienkerke. Het was een echt zomers tafereel: de drie grootste kleinkinderen in zwemkleertjes aan het spelen met water, de tuin die bezaaid ligt met fietsen en ander speelgoed, Lore die zo schattig samenspeelt met haar neefje en nichtje. Het was zo mooi en tegelijk vond ik het ook erg triest. Dit was een moment dat voor mama een hoogdag zou geweest zijn: alle kleinkinderen rond haar, zalig zonnig weer. Dat is pas echt genieten. En toen voelde ik de afwezigheid van mama des te meer.

Och mama, we missen je zo! 

donderdag 24 september 2015

Eerste hulp bij euthanasie

Ik heb er niet veel over gelezen, en ik ben geen grote kenner van wetgeving of van alles wat de dokters moeten weten. Ik heb geen poot om op te staan om een argument te verdedigen. Het enige wat ik heb en het enige van waaruit ik spreek zijn mijn ervaringen. En die heb ik jammer genoeg wel op vlak van euthanasie.

Een resem dokters komen langs nadat mama haar wil voor euthanasie duidelijk heeft gemaakt, en stellen vragen over mama en haar ziekte. Aan haar, aan ons. De dokters vragen keer op keer hoe wij, de kinderen en de echtgenoot, tegenover mama's beslissing staan. Dat is allemaal nodig om te kunnen goedkeuren dat mama wel degelijk kan geholpen worden door te sterven.

Wekenlang vulden wij onze tijd met pogingen om iets te ondernemen in het leven, maar vooral veel bij mama zijn. Als de tijd op begint te raken, besef je plots toch wel dat dat het enige is wat je nog wil en kan doen. Bij elkaar zijn, want binnenkort kan het nooit meer. Wil je dat eigenlijk ooit voordien weten? Want hoe weet je of je net genoeg wel of net niet te veel bij elkaar bent? Want mama had het ook niet gemakkelijk, met al dat verdriet om haar heen. Was het voor haar eens niet te veel? Wou zij eens niet gewoon alleen zijn en met rust gelaten worden?

Ik denk dat ik er al duidelijk over ben geweest in mijn vorige blogs: afscheid nemen is de hel, gepland afscheid nemen is onmenselijk. Maar het gaat niet enkel over het moment van afscheid nemen. Het zijn de weken die eraan voorafgaan die slopend zijn. De weken erna ook. En zo kom je op enkele maanden. Slopende maanden.

Het meest onwezenlijke moest gebeuren, het was en is niet te bevatten wat de term 'euthanasie' allemaal inhoudt en wat erbij komt kijken. Voor dokters gaat het alleen maar over een zieke persoon die kiest voor de dood, en daar hebben ze een spuit voor. Voor ons is het meer dan dat. Veel gevoelens waarvan je niet weet wat het is, laat staan hoe je ermee moet omgaan. Maar daar sta je dan, alleen. Er werd nooit hulp aangeboden. Ik kan me niet herinneren dat woorden als 'psycholoog' of 'rouwbegeleiding' of andere werden vernoemd. Na het ondervraaguurtje gingen dokters weer weg en waren wij weer alleen. Daar maken ze, naar mijn gevoel, een grote fout.

Ik weet niet of ik hier juist mee om ga. Ik heb het gevoel van niet. En de enige vorm van hulp die mij werd aangeboden, kwam tien minuten nadat mama stierf. Haar huisarts, die bij alles aanwezig was, die ons vroeg of we nog iets nodig hadden, waarmee ze doelde op kalmeerpillen. Allemaal goed en wel, die kalmeerpillen, misschien voor de eerste schok. Maar ik ben op dat vlak dan nog ouderwets en als mijn mama doodgaat, vind ik dat ik het wel mag voelen. De pijn die ik voel bij het verliezen van mijn mama, moet ik niet gaan onderdrukken met medicatie. Daarvoor heb ik dan vriendelijk bedankt. Maar daar bleef het dan bij. Enkel kalmeerpillen in de aanbieding voor mensen die moeten omgaan met euthanasie.

Ben ik de enige die zich niet sterk genoeg voelt om er alleen mee om te gaan? Ligt dit aan mij? Of ligt dit aan de gebrekkige hulpverlening? Moet ik inderdaad, zoals zoveel mensen het met zoveel gemak uitspreken, het allemaal een plaatsje geven? Of hebben nabestaanden recht op een degelijke begeleiding bij de verwerking van het verlies bij een euthanasie?

zaterdag 5 september 2015

Hoofd vol gedachten

De hele dag door denken en piekeren. Gaan werken als afleiding? Niets van. Gaan werken zorgt er alleen maar voor dat ik nòg meer pieker. Nog meer dus. Tijdens het werken, door het werken, over het werken, en over alles waar ik nu al maandenlang over pieker. Echt gezond lijkt me dit niet. Ik weet niet waar ik heen moet met al die gedachten. Ik weet niet wat ik ermee moet. Ik weet niet hoe ik rust moet krijgen in mijn hoofd. Want dat wil ik heel erg graag. Rust in mijn hoofd. En gewoon eens iets doen zonder over honderd andere dingen te denken. Gewoon eens iets leuks doen, zonder me schuldig te voelen over alles wat ik niet doe en niet kan doen. Gewoon eens iets leuks doen zonder bij alles aan mama te denken. Want alles doet me aan haar denken. Echt alles. 

Been trough hell

Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik het besef: deze zomer was echt de hel. Geen wonder dat ik me niet goed voel, dat ik niet meer die vrolijke meid van voordien ben. Wat ik deze zomer moest mee maken, dat was écht wel de hel. Mama voor m'n ogen zien sterven, de dokter die haar zo koel de inspuiting geeft, het leek niet meer dan een bloedpriktestje. Maar het was veel meer dan dat. Het was het einde van mama's leven. De pijn die onmiddellijk hier na volgde. Ook al wist ik meer dan een maand dat dit moment ging komen, dat we moesten afscheid nemen van mama. Die klap van het echte dood-zijn kwam toen zo hard aan. En die klap blijf ik elke dag voelen. Ik mis haar. Ik mis het hoe ze me met haar wijze woorden altijd weer moed gaf om door te gaan en niet op te geven. Ik wil bij haar te rade gaan, vragen hoe ik dingen moet aanpakken, hoe zij het zou doen. En elke keer stoot ik op de realiteit: ze is er niet meer. Time to grow up. En dan maar voortdoen. Hoe lang hou ik het nog vol? Waarom moet ik het nu al alleen kunnen? En dan denk ik aan mama, en aan deze zomer, het afscheid. En dan beleef ik die hel helemaal opnieuw. Keer op keer. Beelden flitsen in m'n hoofd voorbij: na een verschrikkelijke dag de dokter door het raam zien toekomen met z'n akelig gevulde boekentas, de kamer, de tranen, de blik in haar ogen, de spuit.

Maar dan komt de trein aan, moet ik naar m'n werk en moet ik die gedachten opbergen voor een andere keer. Tijd voor m'n pokerface en sterk zijn. Ik haat sterk zijn.

Afscheid nemen bestaat niet?

Dat afscheid nemen niet bestaat, dat wordt wel eens gezegd tegen mensen in rouw. De mooie gedachte daarin kan ik niet volgen. Afscheid nemen bestaat niet, want wie graag gezien wordt, wie herinnerd wordt, leeft verder in ons hart. Allemaal bla bla als je 't mij vraagt. Afscheid nemen bestaat wel, en dat hebben we aan de lijve ondervonden vanaf de dag dat mama ons op haar manier vertelde dat ze euthanasie wou. Van die dag namen we afscheid van haar, elke dag weer een beetje meer. En in haar laatste week namen we nog meer afscheid. En haar voorlaatste dag weer een beetje meer, en haar laatste dag ook. Haar laatste uur en haar laatste minuut. Allemaal momenten van afscheid nemen. Afscheid nemen bestaat wel en het is keihard om te doen! 

dinsdag 28 juli 2015

Ik wil mijn mama


Mama’s laatste momenten staan in mijn geheugen gegrift en op mijn netvlies gebrand. Hoe ze zelf als eerste uit de zetel recht stond en duidelijk maakte dat wij maar moesten volgen, hoe zij zo zeker van haar stuk met elke stap dichter naar haar laatste minuut toeging. Ze ging liggen in haar bed als was het voor een dagdagelijks rustmomentje. Er leek voor haar niets bijzonders aan dat gaan liggen, maar toch goed wetende dat ze ging liggen om te sterven. De onbewogenheid uit het hele moment zal me altijd bijblijven, ik zal er altijd bewondering voor hebben. Als mensen mijn mama een sterke vrouw noemen, dan hebben ze gelijk. Maar dan weten ze nog niet hoe sterk ze dat laatste moment geweest is. Die vraag blijft in mijn hoofd malen: “Hoe sterk moet je daar niet voor zijn? Kiezen om te sterven, terwijl je dat eigenlijk niet wil, en als het dan zover gekomen is, er zo zeker uit te zien?” Dat bewonder ik in haar. Dat ze zelfs de laatste minuut geen enkele twijfel liet zien.

En daarna, mijn eigen mama zien sterven, voor mijn ogen. Dat moment delen met papa, broer en zus. Intiemer dan dat wordt het niet meer. Voor mama het mooiste wat we haar konden geven: de aanvaarding van haar keuze. Bij haar blijven tot haar laatste adem. Haar niet alleen laten sterven. En haar van deze aarde laten vertrekken, wetende dat ze voor ons alles betekent.

En dat maakt je plots twintig jaar ouder en twintig jaar volwassener. Maar tegelijk is het verdriet zo intens en zo groot dat ik me terug een heel klein meisje voel dat staat te stampen, roepen, schreeuwen: “IK WIL MIJN MAMA!”

maandag 27 juli 2015

"Tot morgen, mama'tje"

Dit schreef ik op zaterdag 25 juli, na een dag bij m'n mama.

“Tot morgen mama’tje” zei ik vanavond, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, alsof het allemaal heel gewoon is dat ik mama morgen zal zien. Maar tegelijk brak mijn hart in duizend stukken, wetende dat het de laatste, allerlaatste keer was dat ik die zin mag gebruiken. De laatste keer dat ik ‘morgen’ mijn mama ga zien.

De voorbije week is een hel geweest. De laatste maandag, de laatste dinsdag, de laatste woensdag, … en elke dag die voorbij ging, was er weer één minder, elke dag die voorbij ging, was er weer één dichter bij zondag. Zwarte zondag.

En de zaterdag ervoor, vandaag. Een hele dag samen zijn. En toch niets doen. Gewoon daar zijn. De laatste avond. Weten dat dit de laatste keer is dat we samen met z’n allen in de living zouden zitten ’s avonds laat, onder het dekentje en met de tv aan. Door mama gestreeld worden door m’n haar, en weten dat dit de laatste keer was dat haar lieve vingers door mijn haar zouden gaan op die manier die haar zo typeert, op een manier die niemand kan nadoen, die heel eigen is voor haar, mijn mama. De laatste keer, laatste keer.

Aan de ene kant weet ik goed wat er komt, definitieve einde en mama voor altijd laten gaan. Momenten van besef komt mijn grote verdriet eruit in eindeloze tranen. Dan wil ik dat het liever nu voorbij is dan morgen, want die momenten die eraan vooraf gaan, die zijn de hel! Maar andere momenten wil ik er niet aan denken en is het hier en nu en alles is normaal. Het is heel gewoontjes dat we samen aan tafel zitten, heel banaal. En dan wil ik dat alles gewoon blijft zoals het is, of nee, zoals het vroeger was. Mama die alles kon en alles deed.

Wie mij en m'n familie een rouwbericht wil achterlaten, kan dat doen op deze website: http://www.marleenkeirse.be/


maandag 15 juni 2015

Afscheid van moeder

Je weet dat je het ooit zal moeten doen, afscheid nemen van moeder. Maar die ooit is het voorbije weekend heel concreet en heel dichtbij gekomen. Mama heeft afscheid genomen van het leven en kiest voor de dood. Ze kiest ervoor om het af te sluiten. In die keuze is ze heel sterk. Jooris vindt haar moedig in haar keuze. Hij heeft gelijk. Mooie woorden van haar broer waarmee hij haar vertelt dat hij het begrijpt en aanvaardt.

We zaten er allemaal bij, we zagen het allemaal, hoe ze zo vastberaden haar naam neerschreef op het briefje waarop staat “Ik wil euthanasie”. Geen van ons die haar wil tegenhouden. Nee, we aanvaarden haar keuze en we begrijpen het. Maar het doet verdomme wel ontzettend veel pijn. Het doet zo’n pijn je moeder zo bewust te zien kiezen voor het afscheid. Hoe sterk moet je daar eigenlijk voor zijn? Zo bewust die keuze te maken om op te houden met leven, en je kinderen achter te laten met zo’n groot verdriet. Hoe moet dat voor haar voelen, om haar kinderen te zien huilen en rouwen om haar komend sterven?

Als wij wenen, weent ze mee. Ons verdriet is haar verdriet. Om haarzelf heeft ze geen verdriet meer, want zij heeft het afgesloten en wacht nu op de laatste dag en het einde van haar pijn. Maar ons verdriet zien, dat vindt ze wel erg. Dan moet ik ongelofelijk veel bewondering hebben voor mijn moeder en de kracht van haar beslissing. 

woensdag 11 februari 2015

Deze week

Deze week is een doodnormale week die bestaat uit gaan werken, voor Lore zorgen, de huishoudelijke dingen… Vorig jaar was deze week helemaal anders.

De eerste dag van deze week herbeleefde ik op elk onbewaakt moment alles wat vorig jaar gebeurde. Het was een film die zich ongevraagd in m’n hoofd bleef afspelen. Traantjes verbijten en kroppen in de keel. Dat was de eerste dag.

De tweede dag van de week ging ik werken en dacht ik daar al weer iets minder aan. Het was pas ’s avonds dat ik kort bedacht hoe vreselijk die tiende februari was vorig jaar. Niet alleen de negende was vreselijk, maar de dag erna ook. Misschien zelfs meer. Het was pas ’s avonds dat ik eraan dacht dat dit de dag was waarop ik een inzinking kreeg waardoor drie dokters zich over me ontfermden. Drie dokters, behalve de dokter die uren op zich liet wachten met nieuws over mama.

De derde dag van deze week was ik gewoon heel erg moe. Komt het door de weinige slaap die ons Loretje ons nog gunt? Of ben ik onbewust toch veel meer bezig met het herbeleven van de hele situatie? Hoe dan ook, vandaag dacht ik er weer kort aan dat het vorig jaar de dag was dat ik weer onophoudelijk aan het huilen was, op de dienst intensieve zorgen dit keer. Het zien van je moeder die in coma gehouden wordt, die vecht voor haar leven, doet iets met een mens. Dat was de elfde februari, maar ook de twaalfde, dertiende… Ik weet niet meer wanneer het precies was dat mama terug wakker werd en enkele woorden sprak tegen ons. Ik weet wel nog heel erg goed hoe het was, maar niet meer wanneer het was.

Ik weet ook nog dat ik een jaar geleden deze woorden schreef: Maar het allerbelangrijkste en allermooiste zei mama gisteren aan ons allemaal: “ ’t Is erg, mo kmoen der deure”. En toen waren we dolgelukkig. Onze mama, een vechter! Altijd al geweest. Ze laat zich niet zomaar iets zeggen. Ze volgt niet zomaar de regeltjes van andere mensen! Mama vecht voor haar eigen geluk en nu doet ze het opnieuw. 

Deze woorden herlezen… Het is raar. Want enkele weken daarna blogde ik deze woorden: Een week geleden stapten we stralend het ziekenhuis buiten. Dolgelukkig met de evolutie die we toen al zagen, zo tevreden dat mama nog steeds mama was en dat ze kon praten met ons. Ik hoop dat dat niet een uniek moment was dat niet meer terugkomt. Maar beangstigend is het wel, je eigen mama niet meer te verstaan. Nog triester is het wanneer je eigen mama geen zin meer heeft om iets te zeggen, omdat het haar toch niet lukt. Don’t slip away.


En dit herlezen is nog veel raarder. Dit was mijn grote angst, dat mama niet meer zou spreken, dat die ene zin een uniek moment was. Nu weet ik dat die angst werkelijkheid geworden is. We maakten toen een hoopvolle beslissing, waar ik nooit spijt van zal hebben. Ik zal er nooit spijt van hebben dat we mama een kans gaven. Ik zou er wel altijd spijt van hebben gehad als we haar geen kans gaven. Maar tegelijk weet ik nu ook veel meer dan vorig jaar. We weten hoe haar situatie nu is. En we weten ook dat mama niet de kwaliteit in haar leven krijgt die ze verdient. We weten ook dat we vorig jaar niet zomaar een beslissing konden nemen, want mama had een briefje met een laatste wil. Dat briefje bestaat nog steeds. En daar moeten we het mee doen. Want mama kan het zelf niet zeggen. Ik zie mama wenen. Ik zie dat ze het niet meer ziet zitten. Maar ze kan het ons niet zeggen. Is het dan niet aan ons om dat lelijke woord uit te spreken en het haar te vragen? Is het dan niet aan ons om mama de kans te geven om onze beslissing van vorig jaar te betwisten? Ik vind van wel. We zijn het haar verschuldigd. 

maandag 26 januari 2015

Over mama, 9 februari en over mezelf

 De gedachte dat het bijna 9 februari is spookt al enkele weken door m'n hoofd. Ik zie op tegen die dag. De vraag is bijlange niet of dit een baaldag zal worden. De vraag is eerder: blijft het bij een baaldag, of wordt het een baalweek? Want niet enkel 9 februari is een dag met herinneringen. Elke dag in de week die daarop volgt zijn dagen waar ik traumatiserende herinneringen aan heb. Ik voel het nu al. Nu al heb ik het lastig. Een jaar lang zonder mama. Nee, ik heb mijn mama nog. Dus geen jaar zonder mama. Maar dat mama er nog is, is ook mijn enige troost. Ik heb mijn mama nog, maar waarvoor en waarom? Ik kan niet meer bij haar ten rade gaan als ik het lastig heb, of als ik vragen heb, of als ik eens tips wil krijgen als jonge moeder. Mama is er niet meer om mij te troosten als ik het nodig heb. Ze heeft me ook nooit kunnen feliciteren met mijn vast werk waar ik zo lang op heb moeten wachten, waar ik zo hard voor heb moeten vechten en waarover ik zo vaak bij haar een traantje liet omdat het niet lukte. Nu is het wel gelukt en kan zij niet delen in de vreugde. Ze kan ook nooit vragen hoe het gaat op mijn werk. Ik weet zelfs niet of ze wel helemaal goed begrijpt wat ik nu precies doe. Het gevecht om Martha te mogen knuffelen en vasthouden is voorbij. Voordien sleurden we haar letterlijk uit elkaars armen. Maar nu ben ik al blij als Martha eens op de schoot bij haar oma zit of als ze 'omaatje' zegt. 
Ik zie dus op tegen 9 februari, de dag waarop mama haar beroerte kreeg en daarmee ons leven op z'n kop stond. 

vrijdag 2 januari 2015

Niet geschikt voor gezelligheid - gezelligheid troef

Vandaag gingen Lore en ik naar de fietswinkel. Wat een avontuur. Bij de fietswinkel had ik uiteraard mijn fiets nodig om daar iets op te laten monteren. Met de fiets dus. En Lore. Aan de vochtigheid van mijn kleren te zien, leek dat ritje geen 2 maar 10 km. Niets van. Angstzweet. Het begon al met het dutje van Lore. Bijna drie uur lag ze in haar bedje vanmiddag. Toen ze er -eindelijk- uit kwam, kon ik haar na haar fruitpap klaarmaken om mee te gaan op de fiets. Hup Maxi-Cosi in en fiets op. En beginnen met trappen en fietsen om zeker nog op tijd te komen. Hoe super ik het ook vind dat ik haar zo klein al kan meenemen op de fiets, die babymee is blijkbaar echt niet bedoeld voor gezellige fietsritjes. Door de bombastische Maxi-Cosi die je achteraan op je fiets meeneemt, heb je zelf amper nog plaats op je zadel om te zitten. De hele tijd schuiven en proberen comfortabel te zitten (niet gelukt trouwens), ’t is al een eerste reden om het niet tof te vinden. Maar het verkeer ook. Bij elke voorbijrijdende auto, of fiets kwam er een ongewilde ‘shit’ of ‘fuck’ stilletjes uit mijn mond gefloept. Zuchten en puffen!

De enige reden om Lore op de babymee mee te nemen op de fiets is dus altijd een praktische reden. Ophalen of afzetten bij de crèche is ideaal met de fiets, want daar passeer ik op weg van en naar het station. Heel praktisch dus. Vandaag was ook een praktisch ritje: naar de fietswinkel om er iets te laten monteren door professionelen. Je kan me dan geen ongelijk  geven dat ik efkes vloekte toen ik daar voor een gesloten deur stond. Gesloten op 1 en 2 januari, terug open op 5 januari.

Dan maar terug naar huis. Opnieuw heel wat zweten, zuchten en schrikken van alles om me heen. Oef, eindelijk thuis. Ik was zo blij. Ik stap van mijn fiets, draai me om en zie Lore in de Maxi-Cosi… SLAPEN! Na een dut van drie uur was mevrouw terug in slaap gevallen. Gezelligheid troef achteraan op de fiets. 

zondag 28 december 2014

Het jaar van Djoelie

Zoals elk jaar denkt facebook perfect te weten hoe mijn jaar er uitzag door een compilatie te maken van foto’s. Yeah right, stomme facebook. Je weet er niets van. Ik zal zèlf wel mijn jaaroverzicht maken.

Mijn mama
Op 8 februari, ’t was een zaterdag, zat ik gezellig met mama in de zetel. Heerlijk avondje was dat. Lekker knus samen in de zetel, lui TV kijken, af en toe babbelen over de komst van de baby. Gewoon zalig.
De dag erna ging de telefoon. Papa helemaal over zijn toeren. Wij naar spoed. Het leven veranderde toen en het wordt nooit meer hetzelfde. 2014 moest een prachtig mooi jaar worden, maar in februari was het al om zeep. 2014 werd het jaar waar ik de grootste hekel aan heb. Enige lichtpuntje in deze duisternis: mijn mama is er nog!



17 juli
Snikhete dag, BBQ en playbackshow op ’t werk. En toen weer de telefoon. Water gebroken. Snel naar huis en snel naar het ziekenhuis. Stresskip tot en met. Enkele uurtjes later werd onze Lore geboren. Een mini-mensje. Prachtig en klein. 2014 werd het mooiste jaar van mijn leven.



Getuige
Ik kreeg de eer en het genoegen om getuige te zijn van mijn zusje die het huwelijksbootje instapte met Mehdi. Proficiat, lieve zus!


Solliciteren solliciteren, wie z’n best doet zal het leren
De zoveelste sollicitatie in mijn leven bracht me het resultaat waar ik nooit meer op hoopte en die zo’n ver-van-m’n-bed show leek: vast werk! Een vast voltijds contract van onbepaalde duur voor altijd en zonder einddatum. Waw! Kers op de taart: als coördinator van de oudercrèche in Oostende. Niet zomaar een vast contract, maar een super fancy job waar ik in m’n wildste dromen niet van durfde dromen. Ik voel me vereerd dat ik deel mag uitmaken van dit project! In 2014 ontmoette ik trouwens ook Peter Adriaenssens *trots*.
2014 werd een bijzonder jaar dat me plots wel heel welgezind is.


Huisje tuintje boompje
Daar ergens tussenin werd ik ook nog eens huiseigenaar met mijn allerliefste schat. Voor de geboorte van Lore gingen we (zij hoogzwanger, ik lekker fit) met onze fiets naar een huis kijken. Onderweg zeiden we nog voor de grap: “We gaan eens een huis gaan kopen é”. Een uurtje later stonden we weer buiten: “We hebben juist een huis gekocht”. Drie maand later de verhuis, bovenop mijn nieuwe job en de zorg voor de baby. Een combinatie die ik lang onderschat heb maar gelukkig wel overleefd heb (ik raad het niemand aan, dat op zich is al een blog waard).



Wil je? Jaaaaaaaa!
Geen uitleg nodig zeker?


Op naar 2015
2015 wordt het jaar waarin:
  • Ik officieel mama zal worden van Lore!
  • We onze weg zullen zoeken in het leven van de tweeverdiener
  • Ik meter word van een jongetje
  • Op kampeerreis ga met mijn gezin tijdens mijn verlof (ja, ik heb verlof vanaf nu hoera)
  • Lore leert stappen (en het kan voor haar niet snel genoeg gaan)
  • Zoals beloofd meer tijd zal maken voor mijn vrienden!
  • Ik aan de zijlijn zal staan van enkele prachtmensen die zullen trouwen


zondag 23 november 2014

Hallo, ik ben jouw mama. Ken je me nog?

Een levenslange droom is in vervulling gegaan: mama worden. Het prachtigste wat er bestaat. Ik hou zielsveel van Lore. Maar het moederschap heeft ook nadelen. Of beter gezegd het ouderschap. Ik ben geen doorsnee moeder die na de bevalling lekker lang thuis kan blijven met de baby. Drie weken na de geboorte was het al van dat. Terug naar het werk, kindje thuis laten met mamie en minder tijd doorbrengen met baby en moeder. Zo is het als meemoeder* of als vader. Je kan amper 10 dagen bij je pasgeboren baby zijn, en daarna staat je vrouw er helemaal alleen voor. Verre van ideaal voor allebei. Vier maand later merk ik daar al heel wat gevolgen van die een invloed hebben op mijzelf, maar ook op Lore en op An (de andere mama van Lore).

Als ik thuis ben, geniet ik van de momentjes met Lore, maar soms huilt een baby (echt waar, ik verzin dit niet). Dan probeer ik haar wel eens te troosten, maar meestal is het gewoon gemakkelijker om haar dan af te geven aan de mama waar ze constant bij is, want daar wordt ze meestal veel rapper rustig. Ik merk dat ik daardoor veel vaker en veel sneller ga opgeven en de baby wil doorgeven. Fout, toch? Een mama troost liever zelf haar kindje?

Ondertussen voel ik nu al een grote achterstand ten opzichte van Lore’s mamie. Begrijp me niet verkeerd, het is geen wedstrijd om de meest geliefde moeder te zijn. Maar het lijkt me wel iets praktischer voor Lore dat ze twee mama’s heeft waar ze evenveel van houdt en bij wie ze terecht kan met eender wat. Nu is dat niet zo. Door vijf maanden continu samen te zijn, zijn Lore en An één geheel geworden en daar sta ik naast. Na die vijf maanden gaat An terug werken en zullen we elk even veel tijd kunnen doorbrengen met onze dochter. Dan kan alles in evenwicht komen. Maar daar geloof ik eerlijk gezegd niet in. Ik heb al bij andere koppels gezien hoe het loopt. Tijdens de moederschapsrust ontstaat er een rollenpatroon in het gezin. Vader gaat werken, moeder zorgt voor het kind. Na de moederschapsrust is het heel moeilijk om uit dat patroon te geraken, want je bent het ondertussen al zo gewoon dat je als moeder zelf instaat voor de zorg van het kind. Waarom zou je het ook uit handen geven als je het zelf zoveel beter kan? Als vader, of meemoeder in dit geval, is het dan heel moeilijk om ook een plaatsje te vinden, om ook de zorg op te nemen voor je kind, terwijl je vrouw er zoveel beter in is dan jijzelf. Geraak daar maar eens uit hé!

Ik kan toch lekker zagen over hoe oneerlijk het wel is. Er is helemaal niets aan te doen en deze woorden lijken verloren te zijn. Maar mijn zus vroeg me dit stuk te schrijven om aan te tonen dat het helemaal niet aan het mannelijke geslacht ligt dat zij de zorg voor de kinderen minder opnemen. Ik ben geen man, maar een vrouw met een héél sterk moedergevoel (dat nu te weinig tot z’n recht kan komen). De oplossing voor dit probleem? Ik citeer mijn zus: “Ik vind dat ze verplicht drie maanden geboorteverlof moeten invoeren voor niet-geboortemoeders (vaders, meemama’s…). Is eerlijker voor iedereen”.

*Meemoeder: de moeder in een lesbisch ouderpaar die het kind niet heeft gebaard.

dinsdag 30 september 2014

Klets boem patat

Een maand ongeveer liep ik als een kieken zonder kop van het ene naar het andere. Starten in een nieuwe job, naar de notaris snellen na de eerste werkdag voor de akte van ons huis, verhuis dozen bijeen verzamelen, dozen vullen, nieuw huis klaarstomen, verf kiezen, gordijnen kopen, lampen zoeken in de winkel, m'n best doen op m'n nieuwe job, af en toe toch proberen een beetje tijd door te brengen met Lore, verhuizen, oude huis in orde brengen, nog steeds m'n best doen op het werk. In die maand waren de bezoekjes naar mama heel miniem en eerder routineus. Gisteren eindelijk nog eens een moeder-dochter avondje gehad met de beste mama ter wereld. Na die maand mezelf af te zonderen van de hele situatie kwam het allemaal weer op me af. Het besef van hoe mijn nieuwe mama nu is en hoe ze nooit meer mijn oude mama gaat worden. Het besef dat het ongeveer acht maanden geleden is dat ik met haar een gesprek had en dat ze een doodnormaal leven had van gaan werken, vrije tijd en gezin. Het besef dat ze veel gelukkiger zou moeten zijn met haar kleinkinderen en dat ze er veel meer van zou moeten kunnen genieten. Het besef kwam terug.

Is het iets dat ik ooit ten volle ga kunnen aanvaarden? Ik denk het niet. Ik denk dat het een immens grote kras op m'n ziel is die nooit meer volledig zal helen.

zaterdag 28 juni 2014

Baaldag

Er zijn zo van die dagen dat het weer eens wat moeilijker is. Moeilijker om te aanvaarden dat het leven niet meer is zoals het was, en dat het ook nooit meer hetzelfde zal zijn.

28 juni is de dag van mijn geboorte. Mijn mama had de gewoonte om me elke 28 juni om 0 uur een smsje te sturen om te zeggen hoe fantastisch ze het vindt om al 23-24-25 jaar mijn mama te mogen zijn. Ze moest altijd de eerste zijn om me te feliciteren met mijn nieuwe leeftijd.

Dit jaar gebeurde er niets om 0 uur. Toch niet op mijn GSM. Er gebeurde wel iets in mij. Het besef kwam terug en daarmee ook het verdriet. Ik ben op het moment van dit schrijven precies 26 jaar, maar van mama hoor ik niets. Ik weet dat ze het wel zou willen doen. Maar ze kan het niet.

Ondertussen al heel wat felicitaties gekregen, maar geen van haar. Hoe erg zou ze het vinden dat al die mensen haar zo gemakkelijk voorbij steken?

woensdag 4 juni 2014

Het leven van een interim

Sinds ik afgestudeerd ben als opvoedster ben ik gestart op de arbeidsmarkt. Ondertussen heb ik er al vijf jaar opzitten als werkmens. En toch heb ik nog steeds geen vast werk. Ik huppel van de ene interim naar de andere. Soms zit er veel tijd tussen twee jobs, waardoor ik een hele periode werkloos ben en ‘profiteer’ van de maatschappij. Of zo zouden sommigen het toch omschrijven. Andere keren overlappen twee jobs waardoor ik één moet afwijzen om op de andere te kunnen ingaan. Dat lukt me allemaal wel. Dat is nu eenmaal het leven van een interim. Maar waar ik het wel moeilijk mee heb, is die job(s) combineren met mijn leven. Naast je werk heb je meestal een eigen leven, en meestal lukt het wel om die twee samen uit te voeren. Maar soms gebeuren er dingen in het leven die dat moeilijker maken.

Sinds februari neemt mijn zus zorgverlof, om meer tijd te kunnen maken voor mama. Prachtig, dat systeem. Je moeder wordt ernstig ziek en je vreest voor haar leven. Maar ondertussen kan je als dochter wat minder werken en je meer bekommeren om je zieke moeder. Zo hoort het ook, want mama deed het ook voor ons als wij ziek waren. Maar wat als je interim bent? Op het moment dat mama ziek werd, wachtte ik twee dagen ‘werkloos’ tot de vervanging van mijn interim in Spes Nostra van start zou gaan. Ik wist vanaf dag 1 dat ik niet in staat zou zijn om diezelfde week leerlingen te gaan begeleiden op stage. Toen vreesde ik niet enkel voor mijn moeder, maar ook voor mijn verlenging op mijn werk. Als je interim bent, bestaat er geen zorgverlof. Er bestaat helemaal niets. Er bestaat werken of niet werken. Je kan enkel hopen op wat menselijkheid van je directeur en ik prees mezelf gelukkig met de directeur van mijn school. Zelfs de dagen dat ik er niet was in de eerste week, liet ze me in dienst.

Nu zijn we vier maand later en twee jobs verder. Ik startte maandag als opvoedster. Een prachtige interim werd me voorgeschoteld en die wou ik absoluut niet laten liggen. Tenslotte moet je als interim ook werken voor de kost, en zeker als er een kindje op komst is. Een voltijds contract voor drie maanden, en toch terug beschikbaar op 1 september. Ideaal, perfect. Tijdens de selecties heb ik bewust niets verteld over het kindje dat er in augustus zou komen, midden in die vervanging. Op mijn eerste dag vertelde ik het er wel, zodat men daar toch op de hoogte is. Maar dat werd niet in dank afgenomen. Het schept geen vertrouwen dat ik dat verzwegen heb en ik heb ze een ‘pee’ gestoofd. Met andere woorden, als ze het zouden weten, zou ik de job niet gekregen hebben. Na een heel gesprek met de meest belachelijke uitspraken zoals: “Je kan in die periode wel nachten komen doen hé, dan begin je om 18u en kan je naar huis om 9u. Je bent er dan bij overdag als er bezoek is in de kliniek en hier kan je slapen”, of “Iedereen wil zijn congé hoe het voor hem past, maar er zijn wel grenzen hé”, voelde ik me schuldig. Ik voelde me schuldig omdat ik een kindje verwacht. Dat kan toch de bedoeling niet zijn!? Ik heb toch even veel recht om een leven te hebben als iemand met een vast contract? Het is toch niet omdat ik als interim werk, dat ik geen kindje mag kopen, of dat mijn moeder niet ziek mag worden? Of moet ik dan niet werken in die periode dat ik een kindje krijg? Moest ik direct de vacature naast me neerleggen, omdat het toevallig in de periode van de bevalling is? 

vrijdag 23 mei 2014

Dochter van...

Sinds enkele weken ben ik weer meer in Zuienkerke. In de school waar ik zelf mijn broeken, rokken en kleedjes versleet als klein hummeltje ben ik nu zelf juf. Ik word er vaak aangesproken als dochter van. Veel ouders en grootouders komen naar me toe en leggen de link tussen mijn vader en mij. “Ben jij de dochter van Gilbert?” hoor ik daar net iets te vaak. Het verveelt me gewoon zo dat ik daar gezien word als de dochter van Gilbert, terwijl ik ondertussen toch mijn eigen leven heb en mijn eigen persoon ben. Vandaag werd ik nog maar eens aangesproken door een oma: “Ben jij de dochter van…” Haar zin was nog niet af, maar het gevoel van ergernis en verveelde herhaling kwam in me naar boven. Maar toen hoorde ik “Marleen”. “Ben jij de dochter van Marleen?” vroeg ze me. Ze zag het aan mijn gezicht, omdat ik zo goed op haar lijk. Mijn lijf werd gevuld met een warm gevoel van intense trots. Je moet weten dat mijn mama eigenlijk een hele knappe dame is. Op haar lijken is dus een zeer mooi compliment.

De oma in kwestie was een oude klasgenoot van mama. Ze zaten samen in de klas in de Maricolen en zijn dus even oud. Toen ze het nieuws over mama hoorde, was ze geschrokken. Zo geschrokken was ze, dat ze haar eigen levensstijl volledig over een andere boeg gooide. Daardoor is ze fitter, energieker en gezonder en daarvoor is ze mama zo dankbaar. “Geen dag gaat er voorbij dat ik niet aan haar denk”, zei ze. Dat ze dat zei, heeft me diep geraakt. En op het moment dat je van jezelf denkt dat je het onder controle hebt als mensen vragen naar mama, dat je er gewoon op kan antwoorden zonder emotioneel te worden, slaagt een total stranger er toch in om een traantje uit me los te weken. Ik denk dat dat nooit zal over gaan. 

zondag 11 mei 2014

Moederdag

Moederdag 2014, een hele bijzondere moederdag. Het is het laatste jaar dat ik zelf geen moeder ben. Het laatste jaar dat ik niet weet en niet besef wat het is om een moeder te zijn. Maar deze moederdag is ook bijzonder omdat het geen vanzelfsprekendheid is dat je er nog bent. Daarom hebben we zoveel reden om te vieren dat je onze moeder bent. Jij bent echt wel de allerliefste mama in de hele wereld. Dat heb ik de voorbije maanden des te meer ondervonden. Zelfs in deze situatie slaag je erin om een echte moeder te zijn. Je troost ons als we het moeilijk hebben, ook al heb jij het duizend keer moeilijker dan ons. Je lacht mee als we leuke dingen vertellen. Je toont oprechte interesse voor wat we doen in het leven. En bovenal, je zegt ons dat je ons graag ziet. Liefste mama, het is niet in woorden te omschrijven hoe graag ik je zie.